Leve de UPC-installateur!

UPC: Gefeliciteerd mevrouw JG met uw Mediabox! JG: Dank u, dank u, ik ben er heel blij mee, maar sommige functies werken niet. 

UPC: Oh, dat is vervelend. Welke functies, als ik vragen mag?
JG: Dat mag. De menuknop doet het niet. Programma gemist niet. En de radio niet.
UPC: Oh, die klacht is mij onbekend. Goh. Jemig. Nou. Dat is erg vervelend. Ik stuur een monteur. Deze komt morgen tussen acht en één.
JG: Kunt u iets speciefieker zijn?
UPC: Zeker, u krijgt een sms met het precieze tijdstip.

SMS
Die middag een sms: ‘Welkom mevrouw JG. Uw monteur staat voor morgen
gepland tussen acht en één.’ Die avond: ‘Welkom mevrouw JG, uw monteur staat voor morgen gepland tussen acht en één.’ Later in de mail: ‘Welkom mevrouw JG, uw monteur staat voor morgen gepland tussen acht en één.’ Ik ga voor de zekerheid maar vroeg naar bed. De volgende ochtend per sms: ‘Welkom mevrouw JG, uw monteur….’

Man in huis
Als ik om acht uur met een duffe kop in een te kort ponnetje op de bank zit gaat de bel.
Een meneer in een smetteloos wit hemd staat voor het raam. Op zijn borst prijkt een blauwe lotusbloem. Ik doe open, wijs hem de weg en vertel hem het probleem. Hij zegt dat dit een overbekende klacht is. Ik ben bang dat hij mijn onderbroek kan zien en zeg dat ik mij om ga kleden. De monteur antwoordt ‘okidoki’ alsof hij hier al jaren woont, wij zes kinderen hebben en straks vlees gaan inslaan bij de Aldi voor de buurtbbq die avond.

Vanuit de badkamer hoor ik hem klusgeluiden maken. Goh, leuk, een man in huis. Die klusjes doet. Gezellig. Zal ik vragen of ie koffie wil? Als ik beneden kom kijkt hij
goedkeurend en gaat weer verder. De monteur ‘neemt’ ook gelijk de rest van de
bekabeling mee en installeert een speciaal kastje tegen bliksemgevaar. Hij kijkt me aan alsof er elk moment een bolbliksem uit mijn hoofd kan komen. Het zweet breekt me uit. Ik besluit in de tuin te gaan werken terwijl de UPC-man in de kamer bezig is mij te beschermen tegen het gevaarlijke witte licht. Ik voel me innig tevreden, ga nog net niet spinnen. Af en toe roept hij iets vanuit de kamer naar buiten en roep ik wat terug. Het is net echt.

Bliksemgevaar
Als alles het weer doet breng ik hem bijna teleurgesteld naar de deur. Daar draait ie zich nog één keer om. Als een man die op het punt staat je voorgoed te verlaten maar ineens twijfelt. Ach, misschien zien we elkaar binnenkort weer, zegt hij zacht. Ja, antwoord ik, wie weet slaat de bliksem in. Precies, zegt de monteur, je weet die dingen nooit. Nee, antwoord ik, je weet die dingen nooit.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.