Asscher helpt met zijn buitenlanders-standpunt Wilders en PVV

Vorige week publiceerde Lodewijk Asscher, onze minister van Sociale Zaken, in zowel Nederland als Groot Brittannië een artikel in twee lokale kranten. Hij wil het probleem van de buitenlandse arbeiders in ons land op de Europese agenda. De PVV is hem dankbaar.

Hij haalt er een tweetal nogal demagogische elementen bij. Hij heeft het meerdere malen over ‘gewetenloze’ werkgevers die misbruik maken van de positie van werknemers uit andere EU-landen door ze zwaar onder te betalen, al dan niet met schijnconstructies. En hij waarschuwt voor vreemdelingenhaat als deze EU-werknemers in steeds grotere aantallen werk verrichten dat ook Nederlanders kunnen doen. Het demagogische zit ‘m erin dat hij de uitzonderingen als regel presenteert. Het grootste deel van de werkgevers dat buitenlanders inzet – niet eens bij uitzondering om werk te doen waarvoor onder Nederlanders nog altijd niet al te veel belangstelling bestaat – dat keurig volgens de regels doet. Er zijn excessen, die moet je opsporen en keihard aanpakken. En dat doen we ook.

En dat van die vreemdelingenhaat: als die er al zou zijn dan zal een overtegenwoordiging ervan zich bevinden onder de aanhangers van Geert Wilders. Zij krijgen nu een steuntje in de rug, zelfs de minister zegt dat het meer en misschien wel volledig benutten van de ruimte die onze Europese leiders wettelijk hebben veroorzaakt, steeds meer frictie bij de lokale bevolking zal oproepen. En dat dat logisch is.

Het standpunt van Asscher is begrijpelijk en onbegrijpelijk tegelijk. Volgend jaar komen de Roemenen en Bulgaren er ook nog bij. Als ze allemaal willen komen: niemand houdt ze tegen. Het gaat om een van de belangrijkste pijlers van het Europese beleid: het vrije verkeer van personen en goederen. Begrijpelijk is het dat Asscher wijst op de gevolgen voor de gelegenheid voor onze eigen bevolking. Maar zoiets bestaat wettelijk niet meer, er is werkgelegenheid voor de Europese bevolking. Onbegrijpelijk is het dat Asscher niet gewoon durft te zeggen dat dit probleem illustratief is voor nog veel meer zaken die ooit door Europa bedacht zijn, de een nog dommer dan de ander.
En we gaan er ook gewoon mee door, ook dit jaar kwalificeren weer landen met een veel lagere levensstandaard voor toetreding, dan kun je er op wachten dat de burgers daar kijken naar betere kansen in landen waar zo ongeveer alles beter geregeld is, waaronder de betaling.

Als het verenigd Europa al een goed idee zou zijn, dan zou het georganiseerd moeten zijn zoals het betaald voetbal dat in de jaren ’60 nog was. Met een eredivisie, 1e én 2e divisie.

Probeer als Roemenië – ik noem er maar een – eerst eens uit het amateurvoetbal naar de het betaald voetbal te promoveren. Dat wordt dan de 2e divisie. Wordt je daar kampioen, dan promoveer je. En uiteindelijk lokt de eredivisie. Maar de kans is groot dat je er nooit komt, moet je maar beter voetballen. Dan zou er een vrij verkeer van personen kunnen zijn tussen de linker- en rechterrijtjes van dezelfde divisie, dat eerst maar eens. En je kunt ook degraderen, dat zou Griekenland overkomen zijn. En het zou te gebeuren staan met Nederland, terug naar de 1e divisie waar we nu de facto ook al spelen.

Voordat we dan in Nederland Roemenen aan het werk zouden zien, de kans dat ik dat ga meemaken zou klein zijn. En intussen zou het de kijk van Nederlanders op hun eigen arbeidsmarktsituatie ook een opfrisbeurtje geven. Want werk zou er dan in veel grotere mate zijn. Het moet alleen nog even gedaan worden.