Poolse bekerrapers verdienen 3 maandsalarissen op Lowlands

Op Lowlands vind je kalende oude rockers met dikke bierbuiken en veel meer kleren aan hun lijf dan het heerlijke zomerweer dicteert. Er zijn beeldschone jonge vrouwen met touwtjes in hun haar en glitters op hun wangen, die bij singer-songwriter Michael Kiwanuka precies hetzelde met hun heupen wiegen als bij de Japanse psychedelische noiseband Bo Ningen. Er zijn jongetjes van zestien die na een zomer lang vakkenvullen met grote ogen van verbazing gewillig hun festivalontmaagding ondergaan. En er zijn Poolse bekerrapers.

Wat bezielt de Poolse bekerraper?
Schichtig als heroïnejunks, gulzig als hongerige vampiers struinen ze het festivalterrein af, op zoek naar lege bekers. Ze hebben lange dreads, minimaal vijf piercings, in hun woordenboek is geen ruimte voor de term obesitas en ze ruiken een beetje naar natte hond. Sommigen hebben een lampje op hun hoofd gebonden, zodat ze ook na het invallen van de nacht de containers kunnen plunderen. Wie zijn deze mensen, en wat bezielt hen?

Degenen die eruitzien als doorgewinterde bekerrapers willen geen van allen praten. Geen tijd, er is werk te doen. De 35-jarige Robert (geen dreads, wel piercings, neutrale lichaamsgeur) heeft wel vijf minuutjes tijd. Zijn Engels is gebrekkig, maar als ik het goed begrijp werkt hij in Polen bij een groenteboer. Zijn inkomen? Vierhonderd euro per maand. Om een extraatje te verdienen bezoekt hij elk jaar een of twee festivals om plastic bekers te verzamelen. Lowlands is daarvoor uitermate geschikt. Op Pinkpop krijg je een muntje per twintig bekers, de moeite niet waard, en op het nieuwe Best Kept Secret is elke beker een euro waard, zodat bezoekers ze liever zelf inleveren. Hier in de polder krijg je voor elke elf bekers een muntje, dat je vervolgens kan omruilen voor € 2,60. Voor de meeste festivalgangers is dat te weinig, maar de profs weten wel beter.

3000 euro in een paar dagen
Samen met een vriend, die elders op het terrein aan het verzamelen is, liftte Robert daarom dit jaar naar Biddinghuizen. Af en toe probeert hij een concertje mee te pikken, maar veel tijd gunt hij zichzelf daar niet voor: tien uur per dag loopt hij met zijn hoofd naar de grond gericht. Het is niet voor niets. Als hij weer thuis is, denkt hij 400 euro – zijn maandloon – in zijn achterzak te hebben.

Wat Robert precies fout doet weet ik niet, maar van anderen hoor ik veel hogere bedragen. De beeldschone blonde Ana, die net als de andere rapers die ik spreek niet gefotografeerd wil worden, rekende vooraf op 1000 euro. Haar vriend was hier vorig jaar ook al en ging toen met dat bedrag naar huis. Nu zijn ze met z’n vieren in de auto gekomen en ze liggen voor op schema. ‘Misschien wordt het wel 1500 euro’, zegt Ana stralend. In Warschau, waar ze Russisch geeft op een middelbare school, moet ze daar drie maanden voor werken. Het is baas boven baas. In het festivaldagblad Daily Paradise wordt ene Plato opgevoerd die vorig jaar 3000 euro mee terugnam naar zijn thuisland, Utopia.

De crisis
Bij het clean-up-point, waar de bekers worden ingeleverd, vertellen Berdi en haar collega’s dat de groep Polen betrekkelijk klein is. Ze zien ondertussen steeds meer ‘gewone bezoekers’ die stapels bekers in komen leveren. De vijftien minuten dat ik bij het point hang, komen er inderdaad vooral Nederlanders, met meestal niet meer dan enkele tientallen bekers. Dat soort klanten heeft Berdi elk jaar meer. ‘De crisis’, denkt ze.

Verderop zie ik twee Tsjechen die aan het stereotiepe beeld lijken te beantwoorden in een container graaien. Jan en Leopold (niet hun echte namen) willen wel een paar vragen beantwoorden. ‘Maar schiet een beetje op. We zitten in een rush en dat willen we graag even vasthouden.’ Het duo raapt slechts enkele uren per dag, zodat ze uit de kosten komen. Want uiteindelijk zijn ze hier vooral om te feesten. Dat gezegd hebbende hollen ze naar het volgende afvalpunt. Ik ga de andere kant op, richting perstent, om dit stukje te tikken. In het volle besef dat het financieel een stuk interessanter zou zijn om mijn nieuwe Tsjechische vrienden achterna te gaan.