Jeroen Dijsselbloem zet Den Haag op zijn kop, hoe dan ook

Jeroen Dijsselbloem wil niet langer met de oppositie samenwerken aan de rijksbegroting, dat liet Alexander Pechtold weten aan het Radio 1 Journaal. De minister van Financiën herstelt zo de natuurlijke orde van de parlementaire democratie, maar ten koste van wat?

Het kabinet van VVD en PvdA heeft een meerderheid in de Tweede Kamer maar een minderheid in de Eerste, het zal u wel bekend zijn onderhand. Dat heeft gezorgd voor een bizarre machtsverhouding. Om voor belangrijke zaken een meerderheid in de Eerste Kamer te verzekeren wordt er onderhandeld over beleid met fractievoorzitters en –specialisten van de oppositie uit de Tweede Kamer.

De profs vs de part timers
Dit leidt niet alleen tot waterige compromissen en besluiteloosheid maar is ook nog eens een vernedering van de Eerste Kamer. De reflecterende masochisten van Binnenhof 22 laten het gelaten over zich heen komen. De senaat zou als zelfstandig politiek orgaan moeten functioneren, maar voegt zich blijkbaar keurig naar de discipline die de 150 profs aan de andere kant van het binnenhof eisen.

Het is niet meer dan zuiver dat Dijsselbloem een einde maakt aan deze gekte: als er al onderhandeld moet worden met de oppositie, dan met de grijze parttimers aan de overkant. Dat lijkt echter in niemand op te komen, daar gaan we niet aan beginnen. En ach, het zou ook wel weer gek zijn als de Eerste Kamerfractie van een partij voor stemt en de collega’s uit de Tweede Kamer tegen. Dus maakt Dijsselbloem het uit met de hele oppositie in beide kamers. “Het ligt aan jullie, niet aan mij. Kus, Jeroen”.

Goed nieuws
Goed nieuws, zo lijkt het. Het legt de scheve verhouding tussen de beide Kamers weer eens bloot, toont aan dat de Eerste Kamer een nutteloos instituut is als er niet goed mee omgesprongen wordt en de regering maakt weer beleid dat zij zelf graag in wetgeving ziet veranderen, in plaats van beleid dat iedereen na nachtenlang onderhandelen en schimmig achterkamertjesspel nog net kan slikken. Bijkomend nadeel dáárvan is ook nog eens dat iedereen die niet mee heeft mogen doen met de politieke slaappartijtjes wekenlang loopt te mokken over dat ze het zelf allemaal heel anders gedaan zouden hebben.

Het prijskaartje
Rest nog de niet onbehoorlijke vraag voor een minister van Financiën: welk politiek prijskaartje hangt hieraan? Laten we er voor het gemak van uitgaan dat de beleidsvoorstellen er helderder op worden. En vooruit: we nemen ook aan dat het beter voor de financiële balans is. Maar gaan we van die plannen ooit iets terugzien?

Als de Eerste Kamer zich volwassen opstelt zijn er twee mogelijkheden: ze stemmen voor of ze stemmen tegen. Als de Eerste Kamer zich onvolwassen opstelt is er één mogelijkheid: ze fikken die begroting af voor je derde dinsdag in september kunt zeggen. Met zulke kansen zou ik niet graag aan een wedstrijd beginnen. En toch is het goed dat Dijsselbloem het doet.

In het slechtste geval komt Dijsselbloem aan met onverteerbaar broddelwerk en aast de oppositie vooral op een kabinetsval. Die moet er dan ook maar komen als regeren onmogelijk blijkt.

In het beste geval weekt het kabinet zich los van het zouteloze compromis en bewijzen de Kamers dat ze er toch vooral zitten om Nederland verder te helpen met een kritische maar constructieve houding.

Hoe dan ook, door de verhoudingen te herstellen zet Dijsselbloem de politiek op zijn kop. Dat zou best wel eens heel goed uit kunnen pakken.