Maak van je (dooie) kat een kunstwerk

De meneer van de dierenwinkel kijkt zorgelijk naar de inhoud van mijn mandje, te weten een bus ‘Get off cats!’ en een flesje ‘Catty home’. Of ik begrijp dat deze producten enigszins tegenstrijdig zijn aan elkaar. En of alles goed gaat.

Dwangneuroot
Met mij gaat alles goed, mijn kat daarentegen is een compulsieve dwangneuroot behept met een posttraumatische stressstoornis in combinatie met een overprikkeld zenuwcentrum in de neocortex. Of zoiets. Dit uit zij door overal te kotsen of in het gras te plassen zodra zij ook maar de minste verandering in haar leefomgeving waarneemt. Dan heb ik het niet over een drastische verhuizing, nee, we moeten hier denken aan bijvoorbeeld haar etensbakje dat tijdens het stofzuigen twee centimeter verschuift. Een hond die met het bezoek meekomt, meneer K (mijn geliefde) die mij grommend bij mijn heupen grijpt.

Kotskat
Snoet, zo heet mijn kat, komt nooit de tuin uit. Soms denken wij dat haar kortetermijngeheugen kapot is. Elke dag betreedt zij het groenparadijs alsof het haar eerste keer is. De oude versleten tuinbank, stond die hier gisteren al? De verroeste parasolvoet, ook nieuw? Als de verwarring te groot wordt kotst zij spontaan van zich af, stuift naar binnen en begint te mauwen. Klaaglijk. Want ze weet nu al dat het overal in huis mis zal zijn. Voor de zekerheid kotst ze gelijk de deurmat vol.

Asiel
Twee jaar geleden was de kotskat een piskat. Elke keer als er een andere kat langs het huis liep piste Snoet alles onder. In Nederland wonen 3,5 miljoen katten, dus dat gebeurde best vaak. Toen ik eens radeloos het asiel belde en riep dat ik haar kwam brengen, NU, was het plotseling afgelopen. Natuurlijk heb ik dit kunstje weer geprobeerd en belde laatst zogenaamd overstuur het dierenasiel. Snoet keek dit alles vanaf de bank minzaam aan, liep naar de gang en kotste als een precisieschutter een langgerekte rol strak voor de kamerdeur. Het leek op een Blokker tochthond.

Kattenkunst
Snoet ziet er überschattig uit. Met haar lappendekentjesvacht en hagelwitte pootjes. Het was dan ook liefde op het eerste gezicht toen we haar jaren geleden uit het asiel haalden, waar ze overigens ook al zat vanwege haar neuroses. Zij zal reuzeleuk op een schouw, een vensterbank staan. Ik ben dan ook dol op kattenkunst. Kunst gemaakt van katten dus. Kunstenares Tinkebell die van haar geëuthanaseerde kat (ja, ja, mensen, hij wás al dood) een tas maakte, Bart Jansen die van zijn dooie kat Orville een helikopter vouwde, ik vind het allemaal prachtig en kijk regelmatig smekend naar meneer K, die tenslotte ook kunstenaar is. Lijkt het hem niet leuk? Snoet als tochthond? Maar hij wil er niets van weten. Hij wil wel een schilderij van Snoet maken. Ik zie al voor me hoe ze aan haar wollige pootjes, strak opgespannen als schilderslinnen aan de muur hangt. Na de euthanasieprocedure uiteraard. Ik ben geen dierenbeul.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.