Staat ABN AMRO er beter voor dan ING?

Vorige week schreef ik over de beursgang van ABN AMRO. Dat deed ik voordat vrijdagmiddag bekend werd gemaakt hoe Dijsselbloem daar over denkt.

Die algehele beursgang komt er en dat vind ik een goed idee. Maar daar houdt het op. Want hij wordt op z’n vroegst volgend jaar voorzien en dan nog zal de Staat maar een stukje verkopen. Ongetwijfeld hoopt ze later, bij de verkoop van nog meer plukjes, op een betere prijs.

Tegelijk met die vrijdagse persconferentie begonnen de speculaties over de marktwaarde van ABN AMRO. De rode lijn, u kon ‘m overal lezen, is een verwachting van zo’n 15 miljard.

Maar ik had het over zo’n 6 miljard, praatte ik onzin?

Dat is best mogelijk en het zal pas veel later blijken maar ik zal toch proberen aannemelijk te maken waarom ik het op die zes miljard houd.

Er wordt verwezen naar de eigen vermogens van Europese banken en de koers van de aandelen van die banken in vergelijking met dat eigen vermogen. Die ratio zou tussen de 70 en 80 procent liggen en omdat ABN AMRO een eigen vermogen heeft van 13,5 miljard (per 30 juni j.l.) zou dat moeten betekenen dat de bank iets meer dan 10 miljard waard is. Waar die 15 miljard vandaan kan komen, qua vergelijking, geen idee.

Nu is het aardige van ‘gemiddeldes’ dat de uitersten erg ver uit elkaar kunnen liggen. Dat zal bij die Europese banken die als benchmark gelden, niet anders zijn.

Bij ABN AMRO is er beslist sprake van een aantal depreciërende factoren die mij doen vermoeden dat ABN AMRO bij een beursgang toch echt tot die uitersten zal behoren. En dan wel aan de zwakste kant.

De resultaten van ABN AMRO hangen heel vaak van incidentele baten en lasten aan elkaar, er is nog geen zicht op een bestendig resultaat dat niet elk kwartaal opnieuw voor verrassingen zorgt. In het eerste halfjaar daalde het operationele resultaat met 19 procent maar kon de winst toch stijgen vanwege een eenmalige meevaller van ruim een half miljard.

Vergeleken met andere banken heeft ABN AMRO stelselmatig een slechte kostenratio: de kosten zijn procentueel veel hoger dan bij andere banken. Daar ligt een hoop achterstallig onderhoud dat tot nu toe niet goed is opgepakt.

De waardering van banken, op gemiddeld zo’n 75 procent van het eigen vermogen, geeft al aan dat beleggers nog een hoop ellende verwachten. Een waardering onder het eigen vermogen is op de beurs heel bijzonder maar bij banken inmiddels de norm. Een bedrijf als Unilever had eind 2012 een marktwaarde van ruim 84 miljard bij een eigen vermogen van ruim 15 miljard.

ING had per eind 2012 een eigen vermogen van ruim 56 miljard en een marktwaarde van ruim 26 miljard, een ratio dus van 46 procent. En ING staat er volgens mij heel wat beter voor dan ABN AMRO hoewel ik bij alle banken nog forse klappen verwacht.

Met ABN AMRO’s eigen vermogen van 13,5 miljard zou er, gerekend met dezelfde ratio die op 31 december 2012 voor ING gold, een marktwaarde van ruim 6 miljard resteren. Inmiddels is de ratio voor ING een betere. Maar voor ABN AMRO zit dat er voorlopig niet in.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Philips, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter