Wat déden we dan, voordat die telefoons er waren?

Er is een nieuw hitje op internet en mijn Facebook timeline: een filmpje genaamd I Forgot My Phone. Het is een dag in het leven van een vrouw die haar telefoon niet bij zich heeft (of niet heeft?). Alle mensen om haar heen hebben wel een telefoon.

In drie dagen tijd is het bijna vijf miljoen keer bekeken en heeft het 26 duizend YouTube-likes gekregen. Er wordt niets in gezegd, maar de bedoeling van het beeld is duidelijk: laten zien hoe bizar en pathetisch ons smartphone gebruik is.

Intermenselijk contact
‘De verslaving is er vanzelf ingeslopen, en laten we wel wezen, alle mensen om me heen hebben dezelfde verslaving. Die zijn ook onafscheidelijk van hun kleine zwarte apparaatjes,’ schreef ik eerder in Ik moet op telefoondieet.

Het filmpje I Forgot My Phone suggereert dat het vooral in het sociale leven een bizarre gewoonte is, omdat de telefoons momenten die persoonlijk of intiem zouden kunnen zijn, onpersoonlijk maken. ’s Ochtends in bed als je nog even samen knuffelt, tijdens een lunch met vrienden of een borrel met een vriendin, hebben die mensen waarmee je afspreekt of knuffelt meer oog voor hun telefoon dan voor jou – in het fimpje dan.
In het echt ook.

Mijn man werd vanmorgen wakker samen met de Volkskrant app, en de vriendin die ik al een tijdje niet heb gezien, liet me vrijdagavond als eerste haar laatste Instagram foto’s zien.
De vrouw in het filmpje is teleurgesteld door de mensen met wie ze afspreekt en die dus niet naar haar kijken maar naar hun telefoon.

Vorige eeuw
Maar hoe déden we dat dan, hiervoor? Nog niet zo lang geleden had niet iedereen een smartphone. En tien jaar geleden had bijna niemand er één. Als je toen samen met iemand in bed lag, keek hij niet op zijn telefoon. En als je met iemand lunchte, maakte zij niet ondertussen een foto van de lunch. Maar zou het echt zo zijn dat iedereen toen constant met volledige aandacht en concentratie naar elkaar zat te kijken? Dat geloof ik dus niet.

Want echt aanwezig zijn in het moment is ontzettend moeilijk. En echt aanwezig zijn bij een andere persoon, iemand aankijken, geïnteresseerd naar zijn of haar verhalen luisteren en niet afdwalen in gedachten is zowaar nog moeilijker. Iemand knuffelen zonder dat je aan andere dingen denkt – probeer het maar eens. Het is niet voor niets een cliché: dat een vrouw naar de kapper is geweest of een nieuwe outfit heeft, en het haar man niet eens opvalt, en dat cliché bestaat al veel langer dan smartphones.Toen ik klein was hadden mijn ouders geen telefoonverslaving maar zij luisterden echt niet altijd naar mijn verhalen.

Vroeger hadden we niet perse meer aandacht voor elkaar.
Alleen toen hadden we andere excuses.

Misschien kunnen we naast een vleesvrije dag ook een nationale telefoonvrije dag in het leven roepen. En op die dag proberen echt naar elkaar te kijken, en naar elkaar te luisteren. Vandaag?