Zomergasten: op zoek naar de echte Wouter Bos

Zomergast Wouter Bos gaf een lesje beeldvorming op metaniveau. De meerderheid van zijn gekozen fragmenten gingen over politieke strategieën, waarbij vooral de presentatietechnieken aan bod kwamen.

Aan de hand van een interview met een geëmotioneerde Pim Fortuyn en een item van de Duitse politicus Joschka Fischer leerden we dat politici hun visie klein moeten kunnen maken of juist het grote verhaal erachter moeten kunnen uitrollen. Bos gebruikte een debat tussen Ken Maginnis van de Noord-Ierse protestante partij UUP en Martin McGuinness van Sinn Fein (de politieke tak van de IRA) om uit te leggen dat televisie een belangrijke rol speelt in de politiek. Doordat katholieken gezien werden als terroristen had Maginnis een voorsprong. Maginnis’ nukkige en aanvallende houding maakte hem onsympathiek tegenover zijn tegenstrever, die verzoening uitstraalde en Maginnis complimenteerde met zijn moed.

Collectief wantrouwen
Bos’ keuze voor fragmenten over politieke strategieën is een dappere. Een collectief wantrouwen in de oprechtheid en eerlijkheid valt iedere (oud)-politicus ten deel. Het idee leeft dat langdurige interviews een schat aan informatie aan de oppervlakte brengen waarvan we niet half konden vermoeden dat die bestond. Wie instemt met zo’n interview wordt geacht al zijn zieleroerselen op tafel te gooien.

Daarom sta je als politicus in Zomergasten per definitie op achterstand. Elk woord dat je uitspreekt zal op een goudschaaltje worden gewogen. Elk antwoord dat neigt naar bedachtzaamheid zal wel voorgekookt zijn. Elke emotie is geregisseerd. Elke keuze voor een fragment kan een politieke lading hebben. Waarom kiest Bos voor een sikkeneurige Noord-Ier, terwijl hij zijn carrière deels aan een onderuitgezakte Ad Melkert heeft te danken? Als je in deze wetenschap kiest voor momenten die aantonen dat politici soms natrappen, dat ze laveren tussen zetelwinst en eerlijkheid, dan kun je haast niet anders dan teleurgesteld raken. Zomergasten kijken wordt dan een nodeloos gegraaf naar de authentieke Bos.

‘Good cop’ Bos de teamspeler
De voormalig PvdA-leider probeerde zijn eigen politieke capaciteiten te duiden. Hij zette zichzelf neer als een teamspeler die de juiste kritische geesten om zich heen probeert te verzamelen. Op communicatief gebied miste hij op sommige momenten de ernst. Zo stond hij bij een interview over de nationalisatie van de bank te glimlachen. Bos was de ‘good cop’ bij de onderhandelingen over ABN Amro, maar had in zijn ambtenaren harde intelligente onderhandelaren gevonden.

Korte en voorspelbare antwoorden
Bos vertelde dat het niet meeviel om het lachen op ongepaste momenten af te leren. Dat viel tijdens Zomergasten goed waar te nemen. Bij een lastige of persoonlijke vraag gaf Bos vaak korte en voorspelbare antwoorden. Na het uitspreken van zijn laatste woord trok er een glimlach over het gezicht. Op het moment dat Wilfried de Jong een vervolgvraag stelde, leek hij zich de woorden van adviseurs te herinneren en werd het gezicht strak in de plooi getrokken.

Dit ritueel kwam herhaaldelijk voor, want ongemakkelijke onderwerpen werden niet geschuwd. Over de recente uitspraken van minister Dijsselbloem met betrekking tot de beursgang van ABN Amro stelde hij dat de gang naar het Damrak niet overhaast gemaakt moest worden. Verder kon hij niet ingaan op deze zaak in verband met een opgelopen kennisachterstand. Het ongeloof van De Jong ten spijt moest de kijker het hiermee doen.

Bos wilde nog wel kwijt dat de financiële wereld, de banken in het bijzonder, versimpeld moet worden. Dat de kunstmatig gecreëerde complexiteit juist kortetermijnwinst voor financiële whizzkids en hun managers kan opleveren, is iets dat niet werd uitgediept. Een gemiste kans, want dit had uitstekend gekund aan de hand van de getoonde fragmenten uit Margin Call, een film die een iconische status heeft als het gaat om het zoeken naar de wortels van de financiële crisis.

Worsteling met levensvragen
Bos was ook terughoudend over zijn relatie tot religie. Hij vertelde over zijn christelijke opvoeding en zei niet meer te bidden en naar de kerk te gaan. Toch wilde hij geen antwoord geven op de vraag of hij gelovig was. Juist hier kreeg ik het gevoel dicht bij de ‘echte’ Bos te komen. Geen voorgefabriceerde antwoorden, maar iemand die worstelt met levensvragen. Dat je dergelijke interne worstelingen niet bespreekt op de nationale televisie is begrijpelijk. Maar waarom koos Bos dan een fragment uit The Passion, de jaarlijkse kitscherige hervertelling van het bijbelverhaal met bekende Nederlanders? Deze persoonlijke vraag had Bos makkelijk kunnen voorkomen.

Zelf erkende hij dat hij de vraag had verwacht. Zou hij de vraag dan toch graag gewild hebben? Bos opereerde tijdens Zomergasten zoals hij in zijn politieke tijd deed. Hij opereerde berekenend en demarqueerde duidelijk de onderwerpen die niet besproken konden worden.

Kleine scheurtjes in de scheiding privé en werk
Richting het einde van het interview werd hij enkele keren openhartiger. Er kwamen scheurtjes in de strikte scheiding tussen privé en werk. Zo haalde Bos een brief aan die hij had ontvangen van een zoon van een oud-Kamerlid. De zoon vertelde zijn vader vooral te kennen als de man die thuis in slaap viel. Bos liet zich ook ontvallen dat zijn vrouw, in tegenstelling tot hijzelf, de serie West Wing geen toonbeeld van romantiek vond. Waar Wouter Bos de politieke romantiek ontwaarde, wees zijn vrouw op het ongelukkige huwelijksleven van de hoofdpersonen. Toen de Jong refereerde aan de opmerking van zijn vrouw, beet Bos hem toe ‘dat zijn vrouw er buiten gelaten moest worden’.

Teleurstellend voor degenen die op zoek waren naar zielenroerselen. Maar voor wie zocht naar de authentieke politicus, komt deze bedachtzame afbakening van het besprokene aan zijn gerief.