Gaan we wel of niet naar Syrië? Vier scenario’s

Na de vermeende gifgasaanvallen van de laatste weken neemt de druk op de Westerse wereld toe om militair in te grijpen in Syrië. De Europese ogen zijn vooral gericht op president Obama. Zijn spierballentaal van eerder schreeuwt om handelen, zijn instinct smeekt hem te veel inmenging te vermijden. Obama’s dilemma is het onze. Wat moeten we doen?

 

Rode lijn
President Obama is meermalen kraakhelder geweest over het Syrische conflict. Als er (door welke partij dan ook) gifgas ingezet zou worden zal er een “rode lijn” overschreden zijn. Dat kan lastig anders uitgelegd worden dan dreigen met een militaire interventie. Alles wijst erop dat deze lijn is overschreden. Obama zal de daad bij het woord moeten voegen als zijn dreigementen — die natuurlijk vooral preventief hadden moeten werken — serieus genomen kunnen worden, ook in de toekomst. Goed beschouwd profiteren ook wij daarvan, naïefjes vermoedende dat ‘wij’ door de bank genomen niet graag naar leed en oorlog kijken en dus preventie toejuichen. 1-0 voor ingrijpen.

Bloed en tranen
Kunnen we negeren wat we zien op tv? Mogen wij onze ogen sluiten voor de gruweldaden waar die van miljoenen Syriërs bittere tranen huilen? Het bloed van meer dan 100.000 mannen, vrouwen en kinderen kleurt de aarde rood. Twee miljoen mensen ontvluchtten het land om te leven in kampen in een vreemd land. En wij doen niets? Mijn maag draait zich om. 2-0.

Niets geleerd
Syrië is helaas niet het eerste land in het Midden-Oosten waar het Westen ingrijpt. De recente interventiegeschiedenis is een uitmuntend argument voor cynisme en tegen ingrijpen. Libië is een onbestuurbare woestijn, in Irak zijn sinds 2003 tussen de 100.000 en 1.000.000 doden gevallen (afhankelijk van wie je het vraagt) en Afghanistan is nog altijd een angstaanjagend broeinest voor terroristen, geplaagd door aanslagen en intimidatie. Hebben we daar dan niets van geleerd? 2-1.

De kat of de hond
Gifgas is vreselijk. Slechts gebruikt door walgelijke figuren die je het licht in de ogen niet gunt, maar laten we er ons niet blind op staren. Bommen, granaten, molotovs en kogels, al die duizenden kogels, hebben de voortijdige dood van zoveel duizenden mensen veroorzaakt. Kogels doen pijn. Granaatscherven gaan letterlijk door merg en been. De brandwonden van molotovcocktails maken de dood haast tot een verlossing. Wat maakt het uit of je door de kat (‘gewone’ wapens) of de hond (gifgas) wordt gebeten? Een paar honderd, misschien duizend doden door gifgas zijn een waardeloze reden voor oorlog als het honderdvoudige aan conventionele slachtoffers niet genoeg blijkt te zijn. 2-2.

Wordt het 3-3, 6-6,11-12? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik ben blij dat ik het niet hoef te beslissen.