Laat Marcel van Dam zijn idealen afstemmen op wat haalbaar is

Donderdagochtend werd Marcel van Dam in de Volkskrant in een twee pagina’s tellend interview min of meer gehuldigd vanwege zijn 1000ste column in die krant.

Hoewel ik met geen enkele politieke partij iets heb – en dus ook niet met zijn vroegere liefde PvdA en huidige liefde SP – ben ik wel altijd een fan van hem geweest. Dat was niet altijd makkelijk, ik herinner me het befaamde twistgesprek met Pim Fortuijn waarin Van Dam uiteindelijk geen argumenten meer had en zich er nogal grof van afmaakte. Dat was een vlucht naar voren. Maar De achterkant van het gelijk, het televisieprogramma waarin hij politici, zakenlui en beleidsmakers confronteerde met onmogelijke maar toch ook weer niet zo onmogelijke dilemma’s, zou ik graag terugzien.

Jaren geleden zat ik in de jury voor de toekenning van de persprijs van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Er werd gezocht naar perspublicaties die goed en bij voorkeur ook onverwacht gebruik maakten van data van het CBS.

De VARA stuurde de door Marcel van Dam en Hans Heijnen gemaakte documentaire De Onrendabelen in. U kunt op deze pagina kunt u de strekking nog eens nalezen en de documentaire bekijken. 

Het was een prachtig programma en inderdaad gebaseerd op informatie die het CBS publiceert maar te vaak niet ontdekt wordt, laat staan dat de relevantie gezien wordt.

Marcel van Dam kreeg de 1e prijs, de jury was unaniem.

In het interview in de Volkskrant blijkt dat Van Dam er nog steeds idealen op nahoudt en dat is mooi. Maar het zou mooi zijn als hij zijn idealen probeert af te stemmen met wat haalbaar is. Niet alles is maakbaar. Mensen zijn niet identiek maar daar wil van Dam niet aan. Als Marcel van Dam stelt dat ieder mens recht heeft op evenveel geluk – en dat stelt hij – heeft hij wel gelijk maar de uitkomst daarvan zal niet kunnen zijn wat hij beoogt: alleen maar gelukkige mensen. Daar moet je als persoon ook nog toe in staat zijn, gelukkig zijn. Dat gaat niet alleen om omgevingsfactoren.

En als hij stelt dat er ‘gewoon geen losers moeten zijn’ gaat hij eraan voorbij dat die er altijd zullen zijn. Zelfs als iedereen in Nederland een miljoen per jaar verdient en ik maar de helft, dan ben ik de loser.