Waarom je niet afvalt van sporten

Onderzoek toonde het vorige week weer aan: de gemiddelde Amerikaan is te dik. Het aantal extreem dikke volwassen Amerikanen is in tien jaar tijd gestegen met 350 procent. Tijd om af te vallen dus. Minder eten en meer sporten. Toch? Nee, want van sporten val je niet af.

Uit onderzoek blijkt dat mensen die minder gaan eten en daarbij gaan sporten niet meer afvallen dan mensen die minder gaan eten zónder te gaan sporten. Slecht nieuws voor iedereen die net na de zomerstop de hardloopschoenen weer uit het vet heeft gehaald.

(Hard)lopen
Maar waarom val je niet af van sporten? Omdat je nauwelijks extra calorieën verbrandt: Een man verbrandt gemiddeld 2500 kilocalorieën (kcal) per dag. Een vrouw 2000 kcal. Na een half uur hardlopen (en vijf kilometer verder) ben je ongeveer 350 kcal kwijt. Zet dat zoden aan de dijk? Niet echt. Zeker als je bedenkt dat je 7000 kcal moet verbranden om één kilo vet kwijt te raken. Dat is 100 kilometer hardlopen…

Het maakt trouwens niet uit hoe snel je over die 100 kilometer hebt gedaan. Wandelen of rennen: je verbrandt ongeveer evenveel calorieën per kilometer. Veel mensen hebben na het sporten last van wat de onderzoekers het ‘rebound effect’ noemen: als beloning voor het meer bewegen, trakteren mensen zichzelf eens lekker op een calorierijke hap. Zeker als ze na het sporten ook nog honger hebben gekregen. Wie na het sporten één Snickers eet, heeft de zojuist verbrande calorieën alweer terug.

Cholesterol
Is sporten dan helemaal nergens goed voor? Uiteraard wel. Je valt er dan misschien niet van af, maar je bloeddruk daalt, je botten worden sterker, je verlaagt het slechte cholesterol, en je krijgt er gezond spierweefsel van. Wat helaas wel weer zwaarder is dan vetweefsel…

Ook word je natuurlijk gelukkig van sporten, de o zo bekende en geliefde ‘runners high‘ is daar een goed voorbeeld van. Maar gezond is deze drug niet: een runners high wordt veroorzaakt door het pijnstillende hormoon endorfine, als stressreactie van het lichaam als er te veel wordt gesport. Daarnaast blijkt dat het geluksgevoel vaak geen gevolg is van sporten, maar dat een geluksgevoel meestal de oorzaak is van sportief gedrag.

Buikomtrek
De Nederlandse Norm Gezond Bewegen voor volwassenen luidt: ‘Vijf dagen per week 30 minuten matige intensieve lichamelijke activiteit.’ Waarop die norm precies gebaseerd is, weet niemand. Lichaamsbeweging is goed voor je, maar omdat we de exacte werking van sport op ons lichaam niet goed snappen, is het onmogelijk om te zeggen wat voor jou als individu de juiste hoeveelheid sport is. Het gewicht is sowieso geen goede graadmeter als het om gezondheid gaat; veel beter is het meten van je buikomtrek. Hoe minder buikvet, hoe minder risico op allerlei vervelende aandoeningen.

Zoals Midas Dekkers al zo mooi zei: ‘Bestudeer je de statistieken van leven en dood, dan blijkt sport niet veel uit te maken. Je wordt er nauwelijks ouder van en de maanden die je wint, heb je besteed aan sport.’