Waarom Willem Vermeend zijn mond moet houden

Wij snappen best dat de media oud-staatsecretaris en oud-minister Willem Vermeend (PvdA) opbellen als er nieuws is over de overname van KPN door een louche Mexicaan, maar dat hij dan de euvele moed heeft om een mening te berde te brengen, dat ontgaat ons volledig.

Vermeend is namelijk zo ongeveer in zijn eentje verantwoordelijk voor de uitverkoop van ons land: hij stond samen met VVD’er Gerrit Zalm aan de basis van de privatisering van onze energiebedrijven, gezondheidszorg en uiteindelijk ook de PTT, waaruit KPN is voortgekomen.

Zalm en Vermeend bestierden medio jaren ‘90 gezamenlijk het ministerie van Financiën en smeedden daar de plannen die ons nu tot het lachertje van de wereld hebben gemaakt, zoals Vermeend nu in diverse media laat weten. Volgens Vermeend is er geen enkel land in de wereld dat toestaat dat het nationale telefoonbedrijf, waarvan veel veiligheid en infrastructuur afhangt, in buitenlandse handen komt. Hij roept daarom KPN op om een beschermingsconstructie op te zetten tegen de overname door de Mexicaan Slim.

Vermeends privatisering
Dat je in de politiek ongestraft grove fouten mag maken is geen nieuws, maar de manier waarop Vermeend daarmee omgaat mag uniek genoemd worden. Hij is nog steeds hoogleraar – wonderlijk genoeg – maar op verstand van zaken kon hij de afgelopen decennia niet worden betrapt. Wij hebben de moeite genomen om nog even te grasduinen in de notulen van de parlementaire commissie die vorig jaar onderzoek deed naar de geschiedenis van de privatisering in de periode Vermeend. Daarbij kwamen overigens ook de dwaallichten Annemarie Jorritsma (VVD) en Laurens-Jan Brinkhorst (D66) aan het woord.

Volgens Vermeend was de uitverkoop van ons land gebaseerd op vooral Amerikaanse ‘studies’ en ‘boeken’ die hij had gelezen, en was het vooral de ‘tijdgeest’ die het ondoordachte beleid van de paarse kabinetten stuurde. Het kabinet meende destijds een efficiencyslag te kunnen slaan, om het eens modern uit te drukken, door ambtelijke organisaties te ‘vermarkten’, maar zag daarbij over het hoofd dat ambtenaren niet zomaar om te vormen zijn tot bedrijfstijgers met slechts het belang van de aandeelhouders voor ogen. Dat wist de rest van Nederland toen overigens allang.

Het ergste is wel dat Vermeend bij die parlementaire verhoren toegaf dat hij destijds misschien over het hoofd had gezien dat veel van de instellingen die hij wilde privatiseren een uniek en onvervangbaar stukje van onze in twee eeuwen opgebouwde maatschappij vormden. Waar de Amerikanen, de Duitsers en de Fransen bijvoorbeeld het landsbelang en het gezag van de staat nadrukkelijk in het oog houden bij eventuele verkoop van hun kroonjuwelen, dreigt Nederland mede dankzij Vermeend straks met lege handen te staan. Dan zou ik als Urheber van deze historische blunders vooral even afzien van elk commentaar.