De terugkeer van Baas B

Als muziekjournalisten onderling over muziek praten, gaat het meestal niet over de esthetische kant. Veel interessanter is het of een nieuw album aan gaat slaan. Of de band in kwestie de stap naar Pinkpop en de HMH kan maken, of juist terug moet naar zalen van het formaat Doornroosje.

Wat dat betreft is het een beetje te vergelijken met wielerjournalistiek. Of Horner, Nibali, Rodriguez of Valverde de Vuelta wint, het zal José De Cauwer en Michel Wuyts waarschijnlijk worst zijn. Zij zien de koers, doen er verslag van, analyseren, geven achtergrondinformatie en wagen zich aan voorspellingen, zonder zich al te veel te laten leiden door chauvinisme en persoonlijke voorkeuren.

Showcaseavond
Met die instelling was ik gisteren bij een showcaseavond, waarop een platenlabel een aantal nieuwe artiesten presenteerde aan boekers, pers, managers en andere superbelangrijke mensen. Er speelden vijf acts, waarvan Bart Zeilstra vooraf het interessants was. Hij is namelijk die jongen die vroeger altijd naast Lange Frans stond. Toen heette hij nog Baas B.

Een jaar of vier geleden gingen Frans en Bart uitelkaar. Frans zette zijn carrière als muzikant en BN’er voort, Bart wierp de handdoek in de ring en ging psychologie studeren. Nu probeert hij het opnieuw. Niet als rapper, maar als singer-songwriter.

Rode blosjes
Jan-Douwe Kroeske kondigt het optreden aan met een grapje over psychologie en Lange Frans. Niemand moet erom lachen. Dan komt Zeilstra het podium op. Hij draagt een rode broek, een wit t-shirt met een v-hals en een spijkerbloesje. Zijn haar zit in een middenscheiding. Het glimt van de gel. Zijn wangen hebben rode blosjes, van de spanning of van de warmte, of allebei.

Dan gaat hij zingen. Lichtvoetig, quasi-nonchalant, toonvast. Eerst een liefdesliedje. De tekst is als volgt: ‘Als ik in je ogen kijk, voel ik het in het diepste van mijn ziel / Als ik in je ogen kijk bestaat er geen tijd / Als ik in je ogen kijk dan staat alles om me heen in ene stil / Er gaat geen dag voorbij dat ik niet in je ogen kijk.’

Peter de Koning
Van het tweede liedje is vooral de zin ‘Achter de wolken schijnt de zon’ bijgebleven. Beide liedjes hebben iets van Het Is Altijd Lente In De Ogen Van De Tandartsassistente van eendagsvlieg Peter de Koning. Vervolgens zingt Zeilstra nog twee covers (waarin hij stiekem toch weer een moppie rapt), en dat is het, want showcases duren nooit lang.

Of het wat wordt? Tsja. Jason Mraz en Milow zijn ook groot geworden met dit soort niets-aan-de-handliedjes, dus je kan het niet uitsluiten. Op de sociale media wordt nogal lacherig gedaan over de comeback van Baas B, maar het zou best kunnen dat Zeilstra vriend en vijand verrast. Geen wielerjournalist verwachtte immers dat Alexandre Vinokourov in zijn laatste profjaar Olympisch kampioen zou worden.

Maar gevoelsmatig vrees ik voor een Andy Schleckje.