Rodman & Kim: een bijzondere vriendschap

Men zegt dat je een man het best kan beoordelen door naar zijn vrienden te kijken. Deze week landde Dennis Rodman – legendarisch basketballer, neuzenbreker, volledig functionerend alcoholist – voor alweer de tweede keer dit jaar in Noord-Korea voor een bezoek aan zijn goede vriend Kim Jong-un – smulpaap, alleenheerser, en, volgens de lokale pers: legendarisch basketballer. Een merkwaardige vriendschap.

Dennis Rodman is ook naar westerse maatstaven flamboyant: zijn kapsel wisselt sneller van kleur dan een toverbal, de voltallige bevolking van Sierra Leone heeft een maand lang moeten overwerken om al het edelmetaal in zijn gezicht op te delven, en hij komt zelden buitenshuis zonder een lijvige entourage van strippers en travestieten op sleeptouw te nemen. Kim daarentegen, heeft de leiding over een land waar het dragen van de verkeerde grijstint al tot een enkeltje strafkamp kan leiden. Dennis Rodman werd na zijn eerste scheiding slapend in een parkeergarage gevonden met een geweer tegen zijn kin, Kim gaat heel anders om met hartzeer: hij zette vorige week zijn ex voor het vuurpeloton. En toch lijkt het te klikken tussen de twee. Jozef Stalin liet zich nooit fotograferen naast iemand die ook maar een centimeter langer was dan hij. De president van de laatst overgebleven Stalinistische republiek – waar door de constante hongersnoden geen mens van boven de 1.50 te vinden is – laat zich echter zonder mopperen vastleggen naast de ruim twee meter lange power forward.

Meer gemeen dan basketbal
Voornaamste bron voor hun opmerkelijke verbond lijkt de oprechte passie voor het basketbal. Bij het eerste bezoek van Rodman, in maart van dit jaar, dook prompt een foto op van een nog jonge Kim Jong-un gehuld in een shirtje van de Chicago Bulls. Het rugnummer? 91, dat van Rodman. Maar de twee hebben meer gemeen dan alleen hun liefde voor het spelletje. Rodman is al zijn hele leven een buitenbeentje geweest. Hij groeide op zonder vader (de schattingen van zijn aantal broers en zussen lopen uiteen van zesentwintig tot zesenveertig), was pijnlijk verlegen, bleek op school een waardeloze sporter, worstelde met zijn seksualiteit, verloor zijn maagdelijkheid aan een prostituee, en werkte als schoonmaker op een vliegveld tot een onverklaarbare groeispurt hem alsnog van de middelen voorzag om door te breken als basketballer. En hoewel Kim het hard knock life alleen van horen zeggen kent, weet hij als geen ander hoe het is om uitgekotst te worden. Maar misschien wel het meest belangrijke ingrediënt van hun vriendschap is dat Rodman en Kim allebei streven naar wereldheerschappij.

Trend: diplomatieke dienst
De meeste gepensioneerde topsporters slijten hun dagen op de golfbaan, zetten hun memoires op papier, of vinden ergens een parttime aanstelling als commentator of coach. Met anderen loopt het minder goed af. Zij worden opgenomen in afkickklinieken, spelen voor veel geld een lucratief potje mee met een derdewereldteam in een obscure competitie ver van huis, of erger: duiken tot afgrijzen van hun fans op in Celebrity Big Brother. In het geval van Rodman is al het voorgaande van toepassing. Gelukkig is het nooit te laat om je leven te beteren. Hij gaat voor een doorstart als speciaal gezant. Zijn twee bezoeken aan Noord-Korea waren niet de enige diplomatieke missies die hij dit jaar ondernam. In maart bezocht hij het pauselijk conclaaf in Vaticaanstad.

Rodman stond in een kleurig kostuum de wereldpers te woord en verklaarde “ernaar uit te zien de nieuwe paus te ontmoeten”. Het moge duidelijk zijn: Dennis Rodman zal zich de komende tijd nog veel vaker met de wereldpolitiek gaan bemoeien. Een trend lijkt gezet. Binnenkort is het voor de ex-topsporter niet meer voldoende om een schoenenwinkel te openen of om op dinsdagmiddag een bedrijfstraining te geven, nee, zelfs een eigen real life soap zal niet meer voldoen. De diplomatieke dienst lonkt. Het is een kwestie van tijd voordat Andy van der Meijde op schoot bij president Assad wordt aangetroffen.