Welke eisen stellen we eigenlijk aan een hoogleraar als Roos Vonk?

Roos Vonk lijkt mij niet helemaal in orde. Dat hoeft niet erg te zijn, maar een behandelplan zou zo langzamerhand wel bespreekbaar moeten worden. Van een columnist zoals ik mag u verwachten – misschien rekent u er zelfs op – dat ik soms, of misschien wel regelmatig, onzin uitsla. Bij een hoogleraar mag u iets anders verwachten.

De tijd dat ik ongezien groot respect had voor hoogleraren ligt inmiddels al heel wat jaren achter me. Dat je er ongezien respect voor hebt is eigenlijk niet meer dan een logisch gevolg van hoe dat in je opvoeding en opleiding nu eenmaal gaat. In het onderwijssysteem is het hoogleraarschap zo ongeveer het hoogst haalbare. Nu heb ik nooit een universiteit bezocht – althans niet voor een eigen studie – en dus was de schrik groot toen ik ambtshalve later vaker met hoogleraren te maken kreeg. Gewoon in mijn werk en wat ik daarnaast nog doe.

Het bleken gewone mensen zoals u en ik, en dat ik daarvan opkeek moet ik vooral mezelf aanrekenen. Ik neem aan dat ze een hoger dan gemiddeld academisch werk- en denkniveau hebben. Maar dat heb ik ook – zoals bleek toen ik me jaren geleden voor een heel leuke baan moest onderwerpen aan een assessment. En daarvoor heb ik, zoals gezegd, geen universiteit bezocht. Er moet dus meer zijn dan dat. Naast een hoog academisch werk- en denkniveau stel ik me ook grote didactische gaven voor. Het kunnen hebben van een voorbeeldfunctie. Een zekere omgevingssensibiliteit.

Roos Vonk viel voor mij meer dan gemiddeld door de mand in de affaire-Diederik Stapel. Je kunt niet zeggen dat ze hoge eisen heeft gesteld aan onderzoek en publicaties waaronder ze haar handtekening zette. Waarom ze dan toch mocht blijven, is mij een raadsel.

Dat raadsel werd niet kleiner na die tweet over minister Henk Kamp. Ze had wel zin om hem op z’n bek te slaan. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik wil hier best toegeven dat ik het gevoel ken dat je iemand een flinke ram voor z’n kop zou willen geven. Maar dat doe ik niet en ik geef ook geen uiting aan die opwelling. Noem het fatsoen.

Als Roos Vonk weer eens in een televisieprogramma aan mag zitten en ergens iets van mag vinden, dan vind ik dat doorgaans topamusement. Je kan vreselijk met haar lachen.

Maar hoogleraar: daar heb ik andere beelden bij. Vooral ook omdat nu tweemaal is gebleken dat ze geen enkel zelfreinigend vermogen heeft. In de kwestie-Stapel krabbelde ze alleen maar terug toen het schandaal al was losgebarsten. En nu, in de kwestie-Kamp, biedt ze excuses aan omdat de universiteit dat verlangt. Zelf(standig) ziet ze het probleem niet. Dat lijkt me geen houding om aan studenten over te dragen. Als hoogleraar sociale psychologie.