‘Gij zult niet stelen’? Predikanten jatten hele preken

We kennen voormalig hoogleraar Diederik Stapel, we kennen politici die een heel proefschrift bij elkaar jatten, maar we kennen geen predikanten en kerken die grote schaal plagiaat plegen. Althans, tot vorige week, toen Trouw meldde dat grote delen van liederen, gebeden en preken illegaal worden gedownload en gekopieerd.

Leven naar Gods regels blijkt dus zelfs voor dominees een te grote opgave te zijn. Hoe goed je ook kan schrijven, en zelfs als je opgeleid bent tot predikant, het wekelijks fabriceren van een preek valt niet mee. Predikant Matthijs Schuurman maakt ‘zo’n tachtig meditaties en preken per jaar’, vertelt hij aan Trouw. “Ja, dan raak je wel eens door je woorden heen.” Dat op veel liturgische teksten auteursrecht rust? De predikanten haben es nicht gewusst.

‘In de kerk van Jezus wordt geen plagiaat gepleegd’
Maar is er wel echt sprake van prekenpiraterij? Theoloog David Heek vindt van niet: “In de kerk van Jezus kan per definitie geen plagiaat gepleegd worden. Woorden van God blijven woorden van Gód.” Mocht u ongevraagd een preek van Heek willen gebruiken, dan hoeft u zich geen zorgen te maken. U ‘bent niet chic bezig, maar pleegt geen plagiaat’. De relatief jonge predikant begrijpt best dat collegae hun toevlucht zoeken tot andermans werk: “Liever iemand overschrijven dan zelf toegeven dat je weinig te melden hebt.” Heek zelf is een freestyler, hij schrijft zijn preken nooit uit.

En hij blijkt niet de enige. Predikant en auteur Jos Douma ziet preken als ‘een gebeuren in het hier en nu’. “Een geschreven preek, is geen preek,” vindt hij. Om het achtste gebod geen geweld aan te doen lijkt een collectieve overstap op de impropreek dus de enige optie.