Waarom een puppy de familie Assad goed zou doen

Vrijdagavond haalde mijn moeder mij op van het station, en toen we thuiskwamen was onze hond overleden. Ik stond nog bij de auto wat met een tas te rommelen, mijn moeder was al door de keukendeur naar binnen gegaan waar mijn vader het eten klaar maakte. “Sammie is dood,” hoorde ik haar roepen.

De rest van de avond dronken we rode wijn op de bank en keken we naar de televisie met het geluid uit. Vanzelfsprekend ging het op het beeldscherm over chemische wapens en de problemen in Syrië. Nog verder weg leek dat nu, met onze hond dood op de mat in de keuken. Ik hoorde het ene cliché na het andere uit mijn mond rollen: Het is beter zo. Ze was helemaal op. En: Ze heeft een fijn leven gehad.

Kijk omhoog Sammie
Een beetje bedremmeld zat ik naast mijn ouders op de bank. Met een huilende moeder weet ik me nu eenmaal weinig raad. Raar is dat eigenlijk. Een mens moet af en toe kunnen huilen, zeker na een verlies, maar moeders mogen dat dus blijkbaar niet. Moeders zijn geen mensen.

In de vensterbank lagen een paar botjes nodeloos te wachten tot Sammie terug zou komen van de avondwandeling met mijn vader. Ik keek naar mijn moeder en dacht eraan hoe vaak zij het liedje van Ramses Shaffy had gezongen voor het nu levenloze beestje op de mat: Hoog Sammie, kijk omhoog Sammie, want dan word je lekker nat… Hoe Sammie altijd tussen hen in mocht op de bank tijdens het tv kijken.

“O jeetje,” zei mijn moeder opeens, “de overbuurmeisjes.”

Opgroeien met een huisdier
De volgende ochtend kwamen de overbuurmeisjes tekeningen van onze hond brengen. Ze zouden Sammie missen, zeiden ze. Ik weet niet of ze echt begrepen wat dat betekent, missen, maar ze beloofden iedere dag even aan hun lievelingshond te denken. Daarna speelden ze opgewekt met een bal in de tuin.

Schijnt goed te zijn voor kinderen, opgroeien met een huisdier. Het kweekt verantwoordelijkheidsgevoel en zorgt voor betere prestaties op school. Bovendien leert een kind zich beter in te leven in een ander, toont meer affectie, en maakt voorzichtig kennis met de dood. Kan ik me goed voorstellen.
Door het raam zag ik twee empathische wezentjes in wording in roze tuinbroekjes door de tuin stuiven.

11-jarig zoontje Assad lust Amerikanen rauw
Later die ochtend las ik in de krant wat ik de vorige avond in mime op de televisie had gezien. Rusland en de Verenigde Staten bespraken het Russische plan om de chemische wapens in Syrië onder internationaal toezicht te stellen. De verwachtingen van een goede afloop waren hooggespannen. Vooral Poetin maakte sier als potentieel kampioen van de vrede. Maar, naar men weet, zal het ook zonder chemische wapens oorlog blijven in Syrië. In de nabije toekomst, en mogelijk nog ver daarna.

Eind augustus deelde het elfjarige zoontje van Assad, Hafez, op Facebook namelijk mede dat hij een aanval van de Amerikanen wel zag zitten. “De overwinning is van ons, hoelang de strijd ook duurt. Ik zou zo graag hebben dat ze ons aanvallen, en de grote vergissing begaan iets te beginnen waarvan ze het einde nog niet kennen,” luidde zijn status.

Ruilen voor een puppy
Nu hoeven we van de oorlogswens van een elfjarige niet al te lang wakker te liggen. Menig kind van die leeftijd houdt er weleens een wat ongenuanceerd wereld- en/of mensbeeld op na. Aan ouders en omgeving is het vervolgens de taak dat beeld bij te stellen. Met een papa als Bashar maak ik me daar een beetje zorgen om – is die kleine Hafez straks de nieuwe agressor die de internationale veiligheid op het spel zet? Mogelijk is het een goed idee om Assad iets terug te geven voor het inleveren van zijn chemische wapens.

Een puppy voor zijn zoontje bijvoorbeeld.