Horeca-etiquette: drie lessen om een goede restaurantgast te zijn

Er wordt vaak geklaagd over kelners. Dat ze niet hard genoeg lopen, hun werk niet goed doen. Vooral in Amsterdam. Terecht wellicht. Maar wordt er eigenlijk weleens geklaagd over gasten?

Hoe zou het zijn, als gasten zich net als kelners aan bepaalde beleefdheidsregels zouden houden? Wat zouden we ervan denken als er net zoals er restaurantrecensies bestaan, een website zou komen voor gastenrecensies? Een gasten-Iens? Als er een Johannes van Dam, God hebbe zijn ziel, van de gastenreviews zou opstaan?

Pas op voor mevrouwen met geblokt shirt
Aan de tafel naast mij zitten drie mevrouwen. Het is rond lunchtijd erg druk in het café. Mevrouw 1 draagt een geblokt shirt en haar grijze haar in een losse knot. Haar wangen zijn rood van het kletsen met mevrouwen 2 en 3. Ze bestelt een salade met geitenkaas. “Maar luister eens,” zegt ze op luide toon tegen de kelner, “ik houd dus ab-so-luut niét van geitenkaas! Daar kan ik he-le-maal niet tegen! Kun je de kok vragen iets anders in die salade te doen in plaats van geitenkaas?!”
“Ik zal het vragen, mevrouw,” antwoordt de kelner gedwee.

Als je niet van geitenkaas houdt, bestel je geen ‘salade geitenkaas’. Dan bestel je een van de vierentwintig andere lunchgerechten die op de kaart staan. Ik zou het graag hardop zeggen, ik hoop stiekem dat de kelner het zegt. Maar hij kan het niet maken, dan is hij een ‘onbeleefde kelner’. In het vrij goede Italiaanse restaurant waar ik jarenlang werkte, zou de chef-kok een pan door de keuken hebben geslingerd als iemand hem vroeg naar een ‘salade geitenkaas’ zonder geitenkaas (zoals je geen pizza met-zonder artisjokkenharten bestelt). Gerechten zijn verzonnen op een bepaalde manier waarop ze kloppen. Daarvoor zijn de ingrediënten in huis. Natuurlijk kun je als gast met allergieën vragen wat die ingrediënten precies zijn. En natuurlijk kun je vragen of het bijvoorbeeld zonder spek mag. Maar je bestelt geen pompoensoep als je allergisch bent voor pompoen. Je bestelt ook geen koffie als je eigenlijk trek hebt in thee.

Onze voorstelling begint om half acht!
Een ander voorbeeld van ongepast gastengedrag is iedereen opjagen. Zelf te weinig tijd inplannen voor het eten, en verwachten dat kelners extra hard lopen en koks extra snel koken zodat je als gast toch je voorstelling/trein/et cetera kunt halen. Natuurlijk mag een gast vragen aan zijn gastheer of het snel kan. Maar daarna zou hij de beleefdheid moeten opbrengen om het uit handen te geven. Niet vijf minuten nadat de soep is besteld, vragen waar de soep blijft. En niet boos zijn als er gezegd wordt dat het misschien iets langer gaat duren, bijvoorbeeld omdat tachtig andere mensen ook graag iets zouden eten. Jij bent als gast geen eregast. Dat de klant koning is, betekent niet dat hij bóven de tachtig andere koning-klanten staat.

Meneer-klaag-maar-raak
Meneer ‘ik klaag omdat het kan’ zou er ook slecht vanaf komen in de gasten-Iens. Als hij het bij één klacht had gehouden, werd hij waarschijnlijk serieus genomen. Maar toen hij er al zes had genoemd, luisterde niemand van de kelners meer. Ze knikten alleen: “Ja meneer.”
Een terechte klacht kan zijn: dit gerecht is koud terwijl het warm hoort. Of: ik bestelde niet de tonijn maar de sliptong. Maar ‘niet lekker’ of ‘te weinig’ zijn géén nette klachten. Zeker niet als de gast ze pas uitspreekt nádat het bord al helemaal leeggegeten is.
De gast die een klacht uit, stopt met eten totdat het juiste wordt geserveerd.
Wijn proef je niet om te ontdekken of je hem ‘lekker’ vindt, wijn proef je om te ontdekken of hij vrij is van kurk.

De beste horeca-les voor gasten is overigens een paar maanden zelf in de bediening werken.

Meer leuke content? Like ons op Facebook