Bellen met… het Grijze Gebied

Triiing.
Goedendag, dit is de telefonische beantwo…tuut, tuut, tuut, hallo?
JG: Spreek ik met de reparatiedienst van De Goede Woning?
DGW: Daar spreekt u mee.
JG: Mooi. De inbouwspotjes van mijn keuken zijn kapot.

DGW: Hm. Spotjes, zegt u. Dat lijkt mij geen klusje voor de reparatiedienst. Misschien dat het klusteam u verder kan helpen. Bent u lid?
JG: Niet dat ik weet.
DGW: Dan kunnen wij helaas niemand sturen. Wij doen geen elektra. Elektra is voor de bewoners zelf.
JG: Ik weet niks van elektra.
DGW: Ja, dat is spijtig. Dan houdt het op.

Slopen
JG: Maar dit zijn inbouwspotjes. En die zijn ingebouwd, hè. Dus daar kan ik moeilijk zelf bij. Of ik moet de keukenkastjes van de muur slopen. Is dat soms ook voor de bewoners zelf? Keukenkastjes van de muur slopen?
DGW: Nee, slopen is niet de bedoeling mevrouw JG. Als er al gesloopt moet worden, doen wij dat liever zelf.
JG: Niet het klusteam?
DGW: Nee, zij doen alleen klusjes die niet langer dan een uur duren.
JG: O, dus als een klusje uitloopt omdat tijdens het klussen een keukenkastje naar beneden flikkert, dan lopen ze weg? Het klusteam?
DGW: Dat zou ik na moeten vragen, mevrouw.

Pech
DGW: U kunt het klusteam inhuren voor één uur in de maand. Als het klusje niet in een uur past kunt u ze de volgende maand weer voor een uur inhuren.
JG: Maar goed, mijn lampjes doen het ondertussen nog steeds niet.
DGW: Voor lampjes kunt u lid worden van het klusteam, mevrouw. Voor klussen langer dan een uur komen wij, de reparatiedienst.
JG: Maar ik heb inbouwspots, hè, dus dan moet de achterwand van de keukenkastjes er af. En er weer op. Dat kan misschien niet in een uur. Dus dan moet de reparatiedienst alsnog komen.
DGW: De reparatiedienst komt niet voor elektra.
JG: Ook niet als het langer dan een uur duurt?
DGW: Inderdaad, mevrouw.
JG: Dus ik heb pech?
DGW: Ik ga het voor u navragen, mevrouw.

Een klusje voor niemand
DGW: We zijn eruit.
JG: Mooi. En?
DGW: U zit in het grijze gebied. Met andere woorden, het is geen klusje voor de reparatiedienst en geen klusje voor het klusteam.
JG: Het is dus eigenlijk een klusje voor niemand?
DGW: Zo zou u het kunnen formuleren.
JG: En nu?
DGW: U kunt nu lid worden van het klusteam, wie weet wagen ze de gok.
JG: Oké, stel, ik word lid. Komen ze dan?
DGW: Nou, niet gelijk natuurlijk. Anders kan iedereen voor elk klusje wel het klusteam bellen.
JG: Dat is toch de bedoeling van het klusteam? Dat ze klusjes doen?
DGW: Ja, nou, ja, weet u, als iedereen, tja, dan werd het…
JG: Nou, wat werd het dan?
DGW: Dan werd het een zootje.
JG: Ja, en ondertussen zit ik in het grijze gebied.
DGW: Inderdaad, dat gebeurt soms, dat mensen in het grijze gebied terechtkomen.
JG: Of in het donker. In mijn geval.
DGW: Inderdaad. Helaas. Nog een prettige dag, mevrouw.
Tuut. Tuut. Tuut.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.