Het loodzware lot van de naam Cruijff

Diego Maradona Junior is het gevolg van een avondje schuinsmarcheerderij van misschien wel de beste voetballer aller tijden.
Jordi Cruijff is de derde zoon uit een van de meest rotsvaste huwelijken uit de geschiedenis van het voetbal.

Diego’s moeder heette Cristiana Sinagra. Haar vader was een Napolitaanse kapper.
Jordi’s moeder heette Danny Coster. Haar vader was een Amsterdamse juwelenhandelaar.

Diego’s haar was donker en het krulde, kroesde bijna.
Jordi’s haar was pluizig en blond.

Diego’s echte vader werd in 1990 live op televisie bekendgemaakt, na een DNA-test.
Jordi weet al een leven lang wie zijn echte vader is.

Diego redde het tot Italië onder-17 en verdween daarna al gauw van de internationale voetbalradar.
Jordi schopte het tot Oranje, maar verdween daarna al gauw van de internationale voetbalradar.

*

Als kind was ik geobsedeerd door Johan Cruijff. De videoband waarop mijn vader ooit in een onbewaakt moment de film Nummer 14 van Maarten de Vos had opgenomen, draaide ik elke dag, net zo lang tot hij grijs en korrelig geworden was en ik de interviews met Cruijff en Danny en z’n oude buren letterlijk kon meepraten.

Het liefst van al wilde ik Cruijff zijn, maar dat is niet eenvoudig, als je acht bent. Ik wilde een zilveren schakelarmband als Cruijff (mocht niet van mijn moeder), ik wilde lang haar als Cruijff (mocht niet van mijn moeder), ik wilde een hoogblonde vriendin als Cruijff (mocht niet van de meisjes op school), ik wilde een Roemeense trainer net als Cruijff (mocht niet, volgens mijn club) en ik wilde voetballen zoals Cruijff.
Dat laatste lukte wel – al zag niet iedereen de overeenkomsten.
Het duurde jaren voor ik van mijn obsessie genezen was – zo schreef ik op mijn zeventiende nog mijn vwo-profielwerkstuk over de maatschappelijke invloed van Cruijff op Nederland in al z’n facetten.
Ik ben niet het enige jongetje met een jarenlange Cruijff-obsessie achter de rug. Wij zijn met z’n miljoenen.
Een van die jongetjes is Jordi Cruijff.

Karaokie
Jordi Cruijff nadert intussen met rasse schreden de veertig, maar in mijn hoofd is hij nog altijd het engelachtige jongetje dat in zijn vaders armen springt als hij op Beb Bakhuys-achtige wijze scoort bij zijn debuut voor Barcelona tegen Sporting Gijon.
(Een van Cruijffs allermooiste bewegingen ooit is de wijze waarop hij na die tedere omhelzing zijn kapsel herschikt. Even, heel even, weet de allergrootste zich even geen houding te geven).

Het filmpje dat mijn herinnering aan Jordi Cruijff levend houdt, stamt  uit 1997. Het is gemaakt door Walter de Wit, in opdracht van Barend & Van Dorp.
Jordi heeft er net zijn eerste jaar bij Manchester United opzitten. Manchester is een club in opkomst, Jordi een jonge voetballer van wie iedereen dan nog denkt dat zijn hoogtepunt nog moet komen.
Hij heeft weinig gespeeld, dat seizoen, en hij weet ook waarom.
“Ze wonnen twintig wedstrijden zonder te verliezen.”
Jordi’s stem is een prachtige mengeling tussen de stemmen van Danny en Johan, die ik me voornamelijk uit Nummer 14 herinner.

Daar staat de jongen die al sinds zijn geboorte een belofte in zich draagt die hij nooit zal inlossen, in de tuin van zo’n Midsomer Murders-villa. Hij vertelt over Eric Cantona, en hoe ze samen gingen eten in een restaurantje.
“Toen hebben we ook wat gezongen daar. Je leest de tekst op… Zo’n karaokie.”
Hij grijnst – een jongetje dat karaokie gezongen heeft.
“Ik heb het zo gezellig gehad,” zegt hij. Zijn stem is zo oprecht dat het wel kinderlijk lijkt.
“Echt: heerlijk.”

Als het over zijn vader gaat, heeft Jordi Cruijff het niet over zijn vader, maar over Johan Cruijff. Alsof hij het over de hoofdpersoon in Nummer 14 heeft, over de beroemdste levende Nederlander, over de voetbalgod. Niet over een vader.
“Ik vind: Cruijff is gewoon Johan Cruijff. Hij hep ’t verdiend, zijn naam is van hem. Ook van mij, maar… Ik bedoel te zeggen: hij hep ervoor gewerkt. Als iemand Cruijff zegt, bedoelen ze hem. Mij noemen ze Jordi.”

De voetballoopbaan van Jordi Cruijff zou na dit gesprek nog jaren aanslepen, zonder al te veel opflakkeringen. Inmiddels is Jordi kaler dan zijn vader, en technisch directeur van een club in Israël. Die club werd afgelopen seizoen kampioen.
Hopelijk noemen ze hem daar gewoon mister Kroef.
Hij hep er tenslotte ook voor gewerkt.