De dood van iemand die ik zojuist nog niet kende

Het klinkt zo lieflijk, Begijnendijk. Je ziet ze lopen, de begijntjes, voorover leunend op een fluitende wind die vanaf zee over het land waait. Hun lange rokken wapperen. Nog even en de wind blaast ze van de dijk af.

Maar Begijnendijk is geen dijk. Niet echt, tenminste. Begijnendijk is een dorpje van 10.000 inwoners in Vlaams-Brabant. Ook als je er nooit geweest bent, kun je het uittekenen: een kerk, een plein, een handvol cafés waar mannen zwijgend in hun Duvel staren, een schooltje en een chique buitenwijk met bungalows en villa’s opgetrokken uit gladde, ongastvrije bakstenen.
Grind in de voortuin, een vierkante vijver.
Een buxushaag, onderhouden met zorg een betere zaak waardig.
Overal in Begijnendijk zijn de luiken gesloten, zoals dat nu eenmaal zo is in Belgische dorpen. Waarom heb je luiken, als je ze niet hermetisch sluit?
Het is donderdagmiddag, 3 oktober. Even na half vijf.
Alles is nog rustig.

1001 gedaanten
De dood vermomt zich in duizendenéén gedaanten. Als een wesp in een auto op de snelweg, als een ziekte die het leven uit iedere spier van je lichaam drukt, als een parachute die niet open gaat of als een gek met een keukenmes.
Als twee liter jenever op een dispuutsfeest.
Als de complicaties van een simpele longontsteking.
Voor dode wielrenners komt de dood vaak als een plasje olie in een afdaling, als een betonnen paaltje of als de onnozelheid te denken dat jij geen helm op hoeft, omdat jij toch altijd oplet.
Heel zelden is de dood voor een wielrenner een kleurloze donderdag aan het begin van het veldritseizoen, een vrachtwagen op de Werchtersesteenweg te Begijnendijk.

Amy Dombroski is bijna anderhalf uur dood wanneer de regionale krant Gazet van Antwerpen het bericht van het fatale ongeval op z’n website plaatst. Er staat een klein, onscherp fotootje bij, vermoedelijk het product van een iPhone.
Er staat een vrachtwagen op de foto. Onduidelijk is of het DE vrachtwagen is.
Op een reepje verdord gemeentegras staat een trosje mannen van uiteenlopende leeftijden te praten. Ze zien er ontspannen uit. Schijn bedriegt zo vaak.

Amy
Boven het artikel een foto van Amy Dombroski. Zoveel mensen die pas nieuwswaardig worden als ze sterven… Ik kende Amy Dombroski niet, ik was bijna vergeten dat vrouwen ook veldritten betwistten als Marianne Vos niet meedeed.
En nu staat er plots een erelijst opgesomd. En een geboorteplaats, een leeftijd die voor eeuwig de hare zal blijven… De foto toont een rond, vriendelijk gezicht onder een zwarte Telenet-muts. Een Amerikaanse, verzeild in Begijnendijk, om zich een plek te bevechten in een Vlaamse folkloresport.

Er staat niet waarom Amy Dombroski per se wilde veldrijden, en wanneer ze voor het eerst hoorde dat er zoiets bestond als een racefiets om het hardst door vochtige klei voortduwen. Ik weet niet waarom Amy Dombroski verliefd werd op de cyclo-cross, maar wel dat het gebeurd moet zijn, ooit, vele duizenden kilometers van Begijnendijk, of Tielt, of Hoogstraten of Sint-Michielsgestel.
Nu is ze dood. Verschalkt door de dood in weer een briljante vermomming. Het ene moment had je nog nooit van Begijnendijk en Amy Dombroski gehoord, het volgende had je gewild dat het voor altijd zo gebleven was.

Dat zou betekenen dat het nooit was gebeurd.

Meer leuke content? Like ons op Facebook