AFC Ajax, de Joodse identiteit en Hanneke Groenteman

Vorig jaar december bezocht ik met wat vrienden de voetbalwedstrijd Ajax-PSV. Na afloop gingen we naar huis met de metro, die afgeladen was met uitzinnige Ajaxsupporters. De boeren uit Eindhoven waren met 3 -1 verslagen.

Met rooie hoofden werd er gezongen, gedanst en gesprongen. Er werden zelfs liederen meerstemmig ingezet: “Waar komen Joden toch vandaan?” ‘Israël hier ver vandaan.” ‘Wonen daar ook super-Joden?” “Ja daar wonen super-Joden.”“Vinden Joden voetbal fijn?” “Als ze maar voor Ajax zijn.” En dan met z’n allen: “Amsterdam. Amsterdam. Amsterdam.” Een jongen sloeg met zijn hoofd hard en ritmisch tegen de ruit van het rijtuig. Dat klonk heel mooi.

Hanneke Groenteman
Supporter zijn gaat niet om winnen of verliezen, niet om kampioen worden of vechten voor lijfsbehoud. Supporter zijn gaat om samenzang, samen als één man achter je cluppie staan. Als supporter ben je deel van een collectief. Hoe vreselijk het werk ook is dat op maandag weer op je wacht, in welke problemen je ook verkeert. In het stadion ben je altijd onder gelijken, voer je een gezamenlijke identiteit. En wij, wij zijn de super-Joden.

Eén vrouw leek niet mee te delen in de bijna orgastische blijdschap die door de coupé golfde. Met een Ajaxsjaaltje om haar nek gebonden staarde ze chagrijnig voor zich uit. Die vrouw bleek Hanneke Groenteman.

Hanneke Groenteman is journaliste en tv-presentator van Joodse afkomst. Kennelijk niet zo blij met de liedjes waarin de aanwezige Ajaxsupporters refereerden aan hun geuzennaam. Omdat wij zo’n beetje naast haar stonden en mogelijk minder dreigend overkwamen dan de rest van onze broeders, besloot ze juist ons aan te spreken op het vertoonde gedrag. Ik zelf houd niet zo van dat soort gesprek, dus draaide iets weg van het dispuut. Een vriend van mij had des te meer zin in een levendige discussie. Of we wel helemaal goed bij ons hoofd waren, zoiets, of we wel nadachten wat het scanderen van het woord ‘Joden’ voor sommige mensen kon betekenen? Zichtbaar kokend van woede stapte Hanneke bij de volgende halte uit. Wij vervolgden onze weg en trokken met onze nieuwe Ajaxvrienden de stad in.

Ajax! Joden! Amsterdam!
Vorige week wees een van mijn vrienden mij op de documentaire Ajax! Joden! Amsterdam!, gemaakt in opdracht van de Joodse Omroep. Moest ik beslist bekijken, zei hij. Zelf voelde ik daar niet zo heel veel voor. De discussie over het al dan niet kwetsende effect van het roepen en zingen over ‘Joden’ in het Ajaxstadion interesseert mij geloof ik niet zo. Of in de woorden van Hans Teeuwen: altijd maar dat gezeur over die Joden. Terwijl die Duitsers, dat waren ook geen lieverdjes.

Toch maar even kijken.

In de documentaire mochten verschillende mensen hun mening ventileren over de moeilijke materie. Is het roepen van ‘Joden, Joden, Joden’ nu wel of niet antisemitisch, en moeten we daar vanuit de samenleving, politiek, en clubleiding  niet iets aan doen?
De documentaire sukkelt zo’n uur lang maar een beetje voort. Bijna had ik het programma voortijdig afgesloten toen er opeens een vrouw in beeld verscheen: Hanneke Groenteman. Onze Hanneke.

Hanneke is supporter van Ajax en gaat vaak naar het stadion. Het scanderen van ‘Joden’ hoort ze niet eens meer, zegt ze. Maar soms, soms wel. Dan krijgt ze een vervelend gevoel in haar buik en laat ze zich gaan. Achteraf heeft ze daar dan spijt van. Zoals laatst in de metro, toen sprak ze een paar jongens aan op de liedjes die zij zongen over ‘Joden’.

“Eigenlijk waren dat heel vrolijke jongens.”

Stadionverbod
Taal leeft en een woord is slechts een lege huls die enkel de betekenis draagt die mensen er aan geven. Een woord kan zelfs meerdere betekenissen hebben. In dat geval kan het woord ‘Jood’ betekenen: iemand geboren uit een Joodse moeder, maar ook: Ajaxsupporter. Daarnaast kennen we altijd nog de ‘voddenjood’.

In de documentaire van de Joodse omroep wordt meerdere malen geopperd een stadionverbod in te stellen voor mensen die roepen en zingen over ‘Joden’. Buiten het feit dat dit praktisch onhaalbaar is, lijkt mij dat vanuit historisch perspectief onwenselijk. Een identiteitsclaim – al dan niet terecht – moet je niet willen verbieden. Voor je het weet spellen we het woord verboden als verboten.