Waarom Kurt Cobain geen legende is

Gene Simmons, frontman van de ‘legendarische’ band KISS, meent dat er de afgelopen dertig jaar geen legendarische muzikanten meer zijn opgestaan. “Kurt Cobain en Amy Winehouse hebben slechts twee albums opgenomen. Dan kun je onmogelijk van een legende spreken.”

De inmiddels bejaarde Simmons zegt in een radio-interview op het Britse Team Rock Radio: “In de jaren zestig had je Elvis Presley, The Beatles, The Rolling Stones, Jimi Hendrix, The Who… en zo kan ik nog wel even doorgaan. Een eindeloze lijst aan legendarische muzikanten. In de jaren zeventig had je Aerosmith, KISS en Led Zeppelin. Maar noem één superster van na 1983 die groter is dan zijn muziek. Iemand met een body of work. Die zijn er niet.”

Het is duidelijk: Gene Simmons is niet weg van de hedendaagse muziek. Maar dat een muzikant zonder immens oeuvre niet kan uitgroeien tot een legende is natuurlijk quatsch: dat bewijst de Club van 27 wel. Want dan zouden naast Kurt Cobain ook Jimi Hendrix en Janis Joplin, die ook allemaal weinig albums hebben uitgebracht, geen legendarische muzikanten zijn. Je moet wel een heel gekke definitie van legendarisch hanteren wil je dit kunnen beweren.

Je zou het zelfs kunnen omdraaien: een immens oeuvre doet afbreuk aan de status van ‘legende’. In het nieuwe nummer van HP/De Tijd, dat 16 oktober verschijnt, geeft schrijver Joost Zwagerman daar een typerend voorbeeld van. “Freek de Jonge is het slachtoffer geworden van zijn eigen talent, vind ik. Die man heeft zoveel gedaan in zijn leven dat je bijna zou vergeten dat hij in zijn tijd echt baanbrekende voorstellingen heeft gemaakt. De Tragiek, De Mars, De Mythe: stuk voor stuk zijn ze briljant. En nu, nu zijn voorstellingen wat minder worden gewaardeerd, zou je bijna vergeten hoe goed hij was.”

Vervang ‘Freek de Jonge’ door ‘Bob Dylan’ en u begrijpt wat ik bedoel. En Gene Simmons? Ach, voor hem geldt misschien wel hetzelfde.