Jeroen Dijsselbloem heeft wel wat anders aan z’n hoofd dan dat Nederlandse geneuzel

Al dagen wordt er, zoals dat heet, koortsachtig overleg gevoerd in Den Haag. Na de zeperd die de regering dinsdag met zijn pensioenplannen in de Eerste Kamer haalde is het duidelijk: zonder steun van de oppositie in de Tweede Kamer hoef je het in de Eerste al helemaal niet te proberen.

Het beeld dat ik al vorige week van deze politieke strijd schetste komt inmiddels grotendeels overeen met de werkelijkheid. De regering die voet bij stuk houdt met de bezuinigingsplannen. De regering die hooguit bereid is wat kruimeltjes te strooien zodat elke oppositiepartij naar huis kan met het gevoel dat er gescoord is. En intussen zit er geen echte beweging in.

In elk geval één man zal dit alles tenenkrommend vinden. De man die inmiddels veel te groot is voor Nederland, onze minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Omdat hij ook voorzitter van de Europese bankengroep is wordt hij donderdag in Washington verwacht voor het jaarlijkse overleg van het IMF.

Uiteraard gaat het daar niet over Nederland. Dan had Dijsselbloem ook wel zijn man op de postkamer kunnen sturen.

Maar in Nederland gaat het inmiddels wel over het IMF. Het is de oppositiepartijen te verstaan gegeven dat ze moeten kiezen of delen vóór donderdag, want Dijsselbloem heeft anders geen tijd meer. Sowieso is er geen tijd meer om wijzigingen in de Miljoenennota, als die al de uitkomst van de huidige onderhandelingen zouden kunnen zijn, nog te laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Dat gebeurt normaal wel maar Dijsselbloem moet naar Washington, snap dat dan. Die kan daar niet meer op wachten.

Politiek is een prachtig verschijnsel. Je kunt zomaar iemand aanstellen, al dan niet gekwalificeerd, om de zeer grote problemen van een land aan te pakken. En tegelijk kunnen die problemen voor de persoon in kwestie dan opeens veel te klein blijken te zijn.