Vanavond ben ik voor de Belgen. En morgen? Morgen ook.

Het is er koud en vochtig. De trap kraakt. Een peertje aan het plafond verspreidt een sinister licht door de ruimte.
Ergens druppelt een kraan.
Welkom in de kelder van het internationale voetbal. Sinds elf jaar ligt hier het Belgisch elftal, op een langzaam doorzakkende plank van een oude stellingkast, tussen Cyprus en San Marino.

Maar na vanavond zal alles anders zijn.

De ware wereldkampioen van 2002
Vanavond spelen de Rode Duivels in en tegen Kroatië. Spelen ze gelijk of winnen ze, dan zijn ze volgend jaar in Rio van de partij, op een heus Wereldkampioenschap. Geen WK Blaasvoetbal, of hinkstapspringen voor eenbenigen of bierviltjes happen, maar een wereldkampioenschap voetbal.
Dat gebeurde elf jaar geleden dus voor het laatst – en toen werd het elftal in de achtste finale uitgeschakeld door de latere kampioen Brazilië, terwijl bij een 0-0 stand een doelpunt van Wilmots om duistere reden werd afgekeurd. Later bleek dat WK een Sodom & Gomorra van omkoperij en andere ongure manipulaties. In feite is België dus de enige ware wereldkampioen van 2002, maar zo werkt de geschiedenis nu eenmaal niet.

(Een kleine coming-out tussendoor: ik ben al jaren fan van het Belgisch elftal. Ook in de jaren dat ze nog slechter waren dan Cyprus en San Marino. Zo, dat is eruit. Dan begrijpt u ook wat er nog komen gaat, in dit stukje).

Ondanks verwoede Kroatische pogingen om de Belgen uit hun tweetalig evenwicht te brengen (of dacht u dat het toeval was dat de Duivels door een stomdronken buschauffeur naar hun hotel werden gereden?), gaat België zich vanavond glansrijk voor Rio plaatsen. Ik zeg dat niet omdat het altijd leuk is om iets te voorspellen wat niet iedereen verwacht, of omdat het nu eenmaal prettig is om fan te zijn van de underdog (grotere underdogs dan Belgische voetballers zijn er niet, of het moeten Griekse schaatsers zijn), maar omdat België voor het eerst in tientallen jaren een elftal heeft om van te houden.

Een elftal om zachtjes te aaien
Sinds eind jaren tachtig voetbalden de fraaiste voetballers van Noordwest-Europa in het oranje, maar die tijd is voorlopig voorbij. Na twintig vette jaren heten de nieuwe sterren van het Nederlands Elftal Kevin Strootman en Daryl Janmaat. Goeie spelers, ‘echte winnaars’ in VI-taal, uitstekend spelend vanuit hun taak en vast ook lief voor dieren, maar het jongetje dat een poster van Kevin Strootman ophangt moet nog geboren worden. Hoop ik tenminste.
Nee, dan de Belgen. Een elftal om zachtjes te aaien.
Met een van de beste keepers ter wereld (Courtois), een van de beste voorstoppers ter wereld (Kompany), twee van de beste linkerverdedigers ter wereld (Vertonghen en Vermaelen) en een bootwerker op rechts (Alderweireld).
En dat is dan nog alleen maar de verdediging: kijk naar Witsel, Defour, Bakkali, Martens, Ferreira, Dembélé, Chadli, Januzaj, Hazard, De Bruyne en Fellaini, laat de jaloezie maar bezit van u nemen en bedenk dat de wereld vermoedelijk jaren zo naar Nederland heeft gekeken.

Een geweldige keeper, een oersterke achterhoede, een middenveldcombinatie van experimentele dansers en bulldozers en een spits (Benteke of Lukaku) als een honderdmeterloper.
Met zo’n team moet je dat zootje armzalige Kroaten met hun theedoektenues natuurlijk met een nulletje of drie van de mat vegen, dronken chauffeur of geen dronken chauffeur.
Laat mij u tot slot een tip geven: bekeer u vandaag nog tot Rode Duivel. Nu kan het nog, morgen bent u een van de velen. En volgend jaar zomer, tegen de tijd dat het Nederlands Elftal met drie smadelijke nederlagen en een handvol incidentjes op de training naar huis is gestuurd en Hazard en Kompany & co richting halve finale huppelen, zult u me dankbaar zijn.