Ik besta want ik heb er een foto van

Iedereen maakt foto’s van alles. En die plaatsen we (ik zeg maar we, want ik doe het ook) op het sociale netwerk van onze voorkeur. Oké, we maken geen foto’s van letterlijk alles. We maken foto’s van de plekken waar we gezien willen worden, de mensen met wie we gezien willen worden en in de outfits waarin we gezien willen worden. Eigenlijk komt het er op neer, dat als je er geen foto van hebt, dat het ook niet bestaat.

Toen ik negen jaar oud was, kreeg ik mijn eerste fotocamera. Ik herinner me dat ik die meenam op vakantie naar de Pyreneeën en graag van alles foto’s wilde maken. Mijn vader vond dat altijd onzin: toeristen die overal foto’s van maken. Hij zei dan: je bént er toch? Van alle verre reizen die hij zelf heeft gemaakt in zijn leven, heb ik nooit een foto gezien. Alleen verhalen. De rest zat in zijn hoofd.

Een esthetische verslaving
Een foto is het bewijs voor later. Alles dat bestaat, eindigt in een foto schreef Susan Sontag in On Photography al in 1977. Volgens haar essay zijn wij allemaal esthetische consumenten, verslaafd aan het in beeld brengen van alles. Foto’s geven ons het gevoel dat we de wereld in onze handen hebben, dat we er als het ware controle over hebben. Dat het niet zo eng is, niet zo eenzaam. Op reis geeft het je iets te doen, want wat zou je als werkend mens die er helemaal niet tegen kan om niets te doen, aanmoeten met jezelf zonder ‘taak’. Gewoon alleen kijken, wie kan dat?

Foto’s zijn altijd voor later. Of voor de mensen die er niet bij zijn – later dus. Ik moest aan mijn vader denken toen ik deze foto op Huffington Post zag van een brandend ruimteschip op het festival Burning Man (waarschijnlijk een van de meest indrukwekkende foto’s van het festival) en de tekst erbij dat je je camera moest neerleggen en genieten. De man die zegt: ‘You can’t live life through a lens’.

Het bewijs van alles
Mensen van nu kunnen prima leven door een lens. Ik vermoed dat de meeste mensen het grootste gedeelte van de tijd niet anders doen. Hoe de foto wordt, wie of wat er op staat is belangrijker dat hoe het écht was. Bij de mooie zonsondergang die je ziet, zoek je naar je telefoon in je tas voordat je goed en wel gekeken hebt. Als de sfeer een beetje rot was maar de foto is goed gelukt, is er niets aan de hand. Andersom heb je een groter probleem. De foto’s zijn het bewijs van ons bestaan, het bewijs van onze relaties, het bewijs dat we echt een gezin hebben, en daar wel eens iets mee doen, van onze reizen, van onze geschiedenis en onze liefde. Zorgvuldig geselecteerd op schoonheid. Zonder die foto’s is er eigenlijk niets.
(Het zou daarentegen heel YOLO (You Only Live Once) zijn om een keer iets mee te maken zonder camera.)