Dagboek van een Nederlandse Syriëstrijder

Een Kalashnikov met zes magazijnen, een Makarov-pistool, twee handgranaten, een scherp mes, een Casio-horloge en een door Fred Leemhuis van Arabisch naar Nederlands vertaalde Koran. De uitrusting van een Nederlandse strijder in Syrië.  

In tegenstelling tot Belgische jihadstrijders zijn de Nederlanders, van wie er volgens de AIVD zo’n kleine honderd in Syrië aanwezig zijn, niet bepaald terughoudend op sociale media. Dat schrijft arabist Pieter van Ostaeyen op www.jihadology.net. Wie een beetje zoekt, kan complete dagboeken van oorlogvoerende Nederlanders in Syrië vinden. De strijder Abu Jandal doet uitgebreid verslag van de laatste momenten van de 21-jarige Mourad Masali uit Delft, ook wel bekend onder de strijdnaam Abu Baseer. De jonge Mourad wordt door zijn collega’s geroemd vanwege zijn onverschrokkenheid op het slagveld. Een korte bloemlezing.

untitled
(Via)

Laatste moment van je leven
“We kregen te horen dat er een grote veldslag aan zou komen tegen de honden van Bashar. Het betrof één van de grootste legerbasissen van Syrië, misschien zelfs de grootste. Vele broeders uit Nederland hadden de gunst gekregen om te vechten in deze slag, ook Abu Baseer. Wij hebben ons die week allemaal mentaal voorbereid. Want het kon zomaar de laatste momenten van je leven zijn.”

“Abu Baseer kwam naar mij toe en gaf mij een zakje snoep, een chocoladereep en wat kleine EHBO-spulletjes. Lachend zei hij tegen mij ‘Voor het geval je gewond raakt en bloed verliest, dan heb je suiker nodig.’ Hij zorgde altijd goed voor de broeders en bij Allah, hij had een heerlijk gevoel voor humor.”

untitled2
(Via)

Een dutje op het slagveld
“Ik lag samen met Abu Baseer, op slechts een paar meter afstand van elkaar, dekking te zoeken tegen de heftige aanval van de vijand. Wij lagen vijf uur op de grond, en het bleef maar heftig! De vijand wou dit gebied per se behouden. En wij moesten wachten totdat de eerste groep naar binnen was gedrongen. Pas daarna konden wij naar voren. Maar wonderbaarlijk genoeg raakte niemand gewond. En dat terwijl de kogels ons letterlijk om de oren vlogen. Abu Baseer was één van de broeders die op dat moment in slaap was gevallen. Stel je voor, je kan op elk moment geraakt worden door een kogel en jij neemt doodleuk een dutje?”

“Terwijl hij in Nederland naar mij luisterde en advies vroeg, keek ik nu naar hem op en vroeg ik hem om advies. Zijn uitstraling en overtuiging op het slagveld was indrukwekkend. We moesten nu met z’n drieën een open veld oplopen met als dekking enkel wat hoge gras van een halve meter. Ze schoten op ons met machinegeweren en scherpschutters.”

Met kogels geraakt in zijn hals
“Shaheed was gevallen op de rechterflank. Mijn hart ging op dat moment tekeer. Zou het Abu Baseer zijn? Ik rende naar hun toe en zag daar Abu Baseer liggen. Het enige wat ik kon doen was de broeders helpen met het prikkeldraad doorknippen, en was weggezonken in gedachten. Ik hoorde enkele broeders mij wat vragen stellen, maar ik had de kracht niet om te antwoorden. Hij werd met kogels geraakt in zijn hals.”

“Een maand later kwam ik samen met zijn broer Abu Al-Baraa tegen, en hij vertelde ons dat hij Abu Baseer een paar minuten voor zijn Martelaarschap vroeg of hij bang was. En hij zei dat Abu Baseer antwoordde met: ‘Waarom zou ik bang zijn als ik straks in het Paradijs ben?’”

Meer over Abu Baseer leest u hier.