De Belastingdienst mag best wel eens flink opgeschud

De Vereniging van Hogere Ambtenaren bij het Ministerie van Financiën (VHMF) ligt in de clinch met staatssecretaris Weekers van Financiën. Weekers wil de termijn waarbinnen de Belastingdienst definitieve aanslagen moet opleggen beperken tot drie jaar. Nu is dat vijf jaar.

Uit hoofde van mijn werk heb ik regelmatig met de Belastingdienst te maken. Daaraan heb ik een beeld overgehouden van een zeer op zichzelf gerichte organisatie waarin, als een aangifte niet geautomatiseerd wordt afgewikkeld, heel veel speelruimte ontstaat voor ambtenaren om willekeurig met standpunten van de belastingbetaler om te gaan. Officieel zijn u en ik daar ‘cliënten’ en, ook al weet u dat niet, u heeft ook een klantbehandelaar tot wie u zich kunt wenden bij een dispuut. Toch is dat allemaal window-dressing, je moet heel ver gaan en bereid zijn heel veel tijd en en energie te steken in het bestrijden van spelletjes die individuele inspecteurs met heel veel overtuiging spelen.

Een voor veel mensen onbekende mogelijkheid is het om GRATIS mediation aan te vragen als er een ogenschijnlijk onoplosbaar dispuut is. Zelf heb ik het tweemaal gedaan, het kan via de site van de Belastingdienst en ik ben er wel bij gevaren. De mediators zijn weliswaar afkomstig van het ministerie van Financiën, maar ze zijn beëdigd, open en bereid korte metten te maken met de zottigheid die sommige inspecteurs voor u in petto hebben.

Terug naar het dispuut van de hoge ambtenaren met Weekers. Wie zijn aangifte doet krijgt, doorgaans geautomatiseerd, een voorlopige aanslag. Maar de Belastingdienst mag tot vijf jaar later naheffen als hij van mening is dat uw aangifte bij nader inzien onjuiste informatie bevat. Weekers nu wil die termijn beperken tot drie jaar, tegelijk verlengt hij de termijn voor naheffing bij fraude tot twaalf jaar. Dat laatste – veel langer kunnen naheffen bij fraude – is waar het de ambtenaren om te doen zou moeten zijn.

Eerlijk gezegd ontgaat het me waarom de Belastingdienst zelfs maar drie jaar nodig zou mogen hebben om te komen tot een definitieve aanslag. Heel veel informatie – over de waarde van uw woning, uw huur, uw salaris, uw bank- en beleggingsrekeningen – wordt automatisch ingevuld; de dienst beschikt er dus over. Zou die informatie niet deugen in voor u gunstige mate, dan zou ik zeggen dat dat soort fouten niet u maar de Belastingdienst aangerekend moet worden. Ook dat is nu niet zo. Heeft u zelf moedwillig verkeerde informatie verstrekt of relevante informatie weggelaten, dan is dat fraude en kunt u nog vele jaren aangepakt worden.

Als de Belastingdienst een zodanige – maar gezien de al jaren geldende termijn van vijf jaar constante – achterstand in het opleggen van aanslagen heeft, dan moet er éénmalig, desnoods met de inhuur van externe specialisten, een inhaalslag worden gemaakt. Daarna is het een kwestie van bijhouden en kan de termijn terug naar een jaar in plaats van drie jaar. Drie of vijf jaar: het maakt ambtenaren lamlendig en gemakzuchtig.