Happy happy happy Dick Advocaat

“Als ik voor het geld had gekozen, had ik niet hier naartoe moeten gaan,“ zei Dick Advocaat gisteren bij zijn perspresentatie als trainer van AZ. En hij voegde eraan toe: “Met alle respect.Niemand kan zo ontroerend ‘Met alle respect’ zeggen als Dick Advocaat, in dat schuurpapieren Haags van ‘m. ‘Met alle respect’, zoals je ‘hartelijk bedankt’ zegt tegen een parkeerwachter die een bon onder je ruitenwissers schuift.

De Advocado’s
Het is niet eenvoudig om Dick Advocaat te zijn. Er gaat iets uitgesproken stugs van hem uit, iets defensiefs. Uit zijn houding spreekt een permanent ongemak met iedere denkbare situatie. Soms is dat ongemak op z’n plek – zoals die keer dat Ivo Niehe in een live uitzending plots zijn broer aankondigde, die kort voor het WK 1994 in Amerika het lied ‘Advocaatje USA’tje’ inzette, op de achtergrond om onverklaarbare redenen gesteund door vier meisjes in Oranje-pyjama’s. De blik van Dick Advocaat op dat moment, daarin staat de wens om nu, daar en dan, pijnloos in de grond te verzinken en er nooit meer uit naar boven te komen.

Misschien is het een traumatische gebeurtenis in Dicks leven geweest, die uitzending. Feit is dat ook als er niet zo veel aan de hand is, hij iets ongemakkelijks uitstraalt, soms gecombineerd met de ongerichte verbetenheid die je meestal aantreft bij mensen die zich hebben voorgenomen de Eiffeltoren met luciferhoutjes na te bouwen.

Nilis
Af en toe, als het leven me op de maag ligt als drie te snel achter elkaar weggewerkte Magnums, kijk ik naar de hakbal van Luc Nilis tegen FC Utrecht, een van de artistieke hoogtepunten in de afgelopen vijftig jaar Eredivisie. Kort na dat magische moment verschijnt Dick in beeld, als trainer van PSV.
Hij lacht niet, hij slaat zijn hand niet voor zijn mond, hij kijkt als iemand die met windkracht 5 tegen door de polder naar kantoor fietst en verwacht dat de bui die al een halfuur dreigt nu ieder moment los kan barsten.
Dick Advocaat geniet wel van de mooie dingen, van humor en schoonheid, maar hij heeft er gewoon geen uitdrukking of stem voor in z’n repertoire. Zelfs al wordt-ie ooit nog eens wereldkampioen, Dick zal altijd kijken alsof hij zojuist de aansluitingstreffer heeft gescoord in een belangrijke nacompetitiepot.

Jij toch ook?
Het helpt natuurlijk niet dat hij als geldwolf bekendstaat. Geldwolven worden over het algemeen niet als uitermate sympathiek beschouwd. Gisteren, tijdens de persconferentie, werd hij er nog maar eens op aangesproken.
“Je rekent af met het imago dat je alleen in geld geïnteresseerd zou zijn,” zei een journalist. Het was geen vraag, maar Dick antwoordde toch maar.
“Daar ben ik wel in geïnteresseerd,” zei hij, en op zijn gezicht tekende zich iets af wat op een ander gezicht een lach had kunnen zijn.

“Jij toch ook?” Zelfs uit de mond van erkende serieuzeriken als Peter Bosz en Ruud Brood was die toevoeging grappig geweest, maar bij Dick Advocaat klinkt ‘Jij toch ook’ als de laatste vraag van een urenlang Guantanamo Bay-verhoor.
Het microfoontje voor hem schudde op z’n standaardje, alsof het ook liever een veilig heenkomen had gezocht.
De journalist beaamde het, trillend als een telefoon van een prijswinnaar.
Daarna meanderde het gesprek in de richting van de verschillen tussen Gertjan Verbeek (star) en Dick Advocaat (net zo star).
Volgens Dick kon je dezelfde dingen op verschillende manieren zeggen.
Wat hij bedoelde was: Gertjan Verbeek zegt niet zoveel anders dan ik, maar ik breng het zoveel charmanter.
En, voegde hij er aarzelend aan toe: “Je kunt er soms een beetje bij lachen.”

Het bleef stil.
Niemand lachte.
Zelfs Dick lachte niet. Terwijl hij hier toch een grap maakte. Dat moest wel.
Je kon het voor je zien: Dick die Maarten Martens apart neemt om hem een tactische fout uit te leggen, terwijl hij erbij grijnst als Winston Gerschtanowitz met een reusachtige cheque in z’n hand.
Er een beetje bij lachen… Die Dick toch.

Heppie
Na een oervervelende uiteenzetting van technisch directeur Earnest Stewart over het hoe en waarom van de aanstelling (‘Dick heeft ingrediënten’), kwam Dick nog een keer aan het woord. Hij wist niet hoe lang hij bij AZ zou blijven.
In principe een halfjaar.
Kon ook langer.
Maar in principe niet.
Maar wie weet.
Ach, zei hij, we voelen ons nu allemaal heppie en daar gaat het uiteindelijk om.
Ik keek naar Dick, dacht aan alles wat hij het komende halfjaar met een lach zou gaan zeggen en dacht: ja, Dick, we voelen ons verdomd heppie.
En daar gaat het uiteindelijk om.