Ik ben online dus ik besta (half)

Afgelopen week lag er een brief in de bus. Ik ontvang graag brieven.

Het zien van mijn handgeschreven naam en adres geeft me altijd een speciaal gevoel. Alsof ik echt besta. Natuurlijk besta ik echt. Immers, ik denk dus ik ben, maar soms lijkt het alsof ik vooral online en daardoor maar hálf besta.

Schriftjes versus tijdlijn
Facebook, Twitter, online abonnementen, mails, ik ben opgesplitst in tientallen accounts. Er zijn accounts die ik zelden gebruik of waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Als spookdorpen. Oude, in onbruik geraakte mailboxen liggen als opengewaaide brievenbussen in verlaten bermen te verroesten. Vroeger had iedereen dozen met brieven en aantekeningen die geduldig lagen te wachten op een soort van relatieve eeuwigheid. Als ik de pijp uitga laat ik een doos vol dagboeken, brieven en schriftjes na tot ongeveer 2006. Daarna is er niets. Alsof ik van de aardbodem verdwenen ben. Mijn doos vol aantekeningen werd ingeruild voor Word 2007 en een tijdlijn op Facebook. Die niemand straks kan deleten, omdat men mijn wachtwoord niet weet. Doden op internet worden nooit begraven. Ik ben online dus ik besta. Voor altijd. Al is het half.

Tweets versus warme huid
Terug naar de brief. Er zat een engelenvleugel aan een ketting in. De punt van de vleugel was gedoopt in bladgoud, alsof de engel tijdens haar tocht langs de oorsprong van de regenboog was gevlogen. Ik ken de maakster van de ketting via Facebook, wij mailen regelmatig. Ik was ontroerd en bedacht hoe zelden mensen elkaar zomaar iets opsturen, gewoon omdat je het even nodig hebt. Natuurlijk, een mail is ook fijn, een por, een krabbel, een tweet, maar er gaat niets boven ouderwetse live aandacht. Via postbussen, bezoek, telefoontjes. Warme huid. Een rustgevend stemgeluid. In het geval van de engelenbrief raakten mijn online en mijn ‘echte’ bestaan (normaliter twee nogal van elkaar verschillende werelden) elkaar ineens, en dat gaf een goed gevoel.

Een nieuwe werkelijkheid
Het is niet dat ik terug wil naar vroeger. Ik hou van internet. Er is een groot venster naar de wereld 24/7 beschikbaar in mijn laptop die ik open en dicht kan klappen naar gelang. Nooit was de wereld zo dichtbij en tegelijkertijd zo veilig ver weg. Want ik moet er niet aan denken dat mijn achthonderdzoveel ‘vrienden’ op Facebook ineens voor de deur staan. Of dat iedereen in mijn ‘werkelijke wereld’ ziet welke nonsens ik nu weer op mijn tijdlijn heb gezet. Er is een soort van nieuwe schizofrene werkelijkheid ontstaan, waar we noodgedwongen en razendsnel in zijn gegroeid. Eentje die ons opsplitst in tijdrovende internetaccounts enerzijds en het verlangen naar authenticiteit anderzijds. Nu nog leren met deze dualiteit om te gaan. Zonder de tastbare wereld te vergeten. Die van brieven en fysieke aandacht. De oorsprong van de regenboog. Ik ben benieuwd waar Descartes mee op de proppen zou zijn gekomen als hij in deze tijd had geleefd. Zou hij een Facebookaccount hebben gehad? Ik zie het al voor me: René Descartes heeft je uitgenodigd om zijn pagina Ik ben online dus ik besta half leuk te vinden. Johanna Geels vindt dit leuk.