De kapper en loodgieter worden betaald, dus waarom de schrijver niet?

Of ik een bijdrage wilde leveren voor een boek, stond er in de e-mail. Er werden een beoogde lengte en deadline voorgesteld, en men sprak de vurige wens uit dat ik het verzoek zou inwilligen. Over een vergoeding las ik niets, en dus antwoordde ik met de mededeling dat het onderwerp van het boek me erg interesseerde, en met de vraag of er een bedrag was voorzien voor het geleverde werk.

“Nee,” klonk het, “helaas hebben we daarvoor niet het nodige budget.” Het verzoek om de bijdrage kwam van iemand die ik ken en voor wie ik sympathie voel, dus had ik de neiging om ook onbetaald in mijn pen te kruipen. Tegelijkertijd ging er op dat moment een alarmbel in mijn hoofd af: waarom wordt van schrijvers (en bij uitbreiding kunstenaars) veel meer dan van andere beroepsgroepen verwacht dat ze gratis werken, en waarom heb ik het gevoel dat die kwalijke verwachting aan een opmars bezig is?

Betaald in wijnflessen
Ik kan ze inmiddels niet meer op twee handen tellen: de e-mails van organisaties die vragen of je een lezing wil verzorgen; je daarbij een onderwerp en datum voorstellen, maar met geen woord over een honorarium reppen. Gênant is het om dan zelf de vraag te moeten stellen: “En kunnen we het, euhm, nu even over de vergoeding hebben?”

Een wijd en zijd bekend auteur ben ik nog niet, dus mijn vraagprijs is niet bepaald hoog, maar toch krijg ik soms verwonderde of ronduit onbeschaamde reacties: “O, dat is wel wat veel. Kan het ook voor minder – als u de lezing wat korter houdt, misschien?” Wanneer ik bereken hoeveel ik per uur overhoud aan wat ik met sommige optredens verdien, komt een Poolse poetsvrouw er beter vanaf. Dat mag je echter niet hardop zeggen, want blijkbaar leeft de perceptie dat auteurs hun werk nu eenmaal erg graag doen, en het dus niet erg is als ze er niet correct voor betaald worden.

Ja, ik doe mijn werk met tomeloze passie, maar mag men daarom verwachten dat een schrijver leeft van de liefde en de dauw? In juni bijvoorbeeld kreeg ik van een jongerenafdeling van een Vlaamse politieke partij de vraag om een werkcollege over de Iraanse presidentsverkiezingen te verzorgen. Er werd specifiek voorgesteld dat ik op een aantal complexe materies zou ingaan, maar toen ik over mijn honorarium begon, liep het mis. Ze vroegen of ik het gratis wilde doen, maar, zo klonk het ook, ‘we voorzien natuurlijk wel iets om elke spreker te danken voor de tijd en energie die in de uiteenzetting zijn geïnvesteerd’.

Op dat moment heb ik voor het eerst geweigerd om op zo’n ‘aanbod’ in te gaan. Ik was in het verleden al een aantal keer betaald in flessen wijn en boekenbonnen, en dat is beter dan niets, maar je betaalt er je huishuur niet mee. Uiteraard hoort het erbij voor een schrijver dat je uit eigen beweging ook het nodige onbetaalde werk levert om een groter lezerspubliek op te bouwen, zoals signeren op de Antwerpse Boekenbeurs die er straks weer aankomt, een eigen blog onderhouden of actief zijn op de sociale media. Dat betekent echter niet dat mensen die een beroep willen doen op je talent en diensten mogen verwachten dat je daar financieel niets voor terug verlangt.

Linkse hobby
Er is waarschijnlijk geen schrijver die nog nooit onbezoldigd een lezing heeft gegeven die niets met een of ander nobel doel te maken had, zeker niet in het begin van zijn of haar carrière, en nu de literatuur het moeilijk heeft en alle aandacht meegenomen is zal dat zeker niet minder worden. Toch loert bij het leveren van gratis schrijf-of lezingwerk een gevaarlijk gevolg om de hoek: de perceptie dat schrijven geen beroep is maar een (linkse) hobby, en dat literatuur dus maar gratis moet zijn.

Afgelopen week ontstond er in Vlaanderen grote ophef toen bleek dat de nieuwsmanagers van de openbare omroep het geliefde Radio 1-cultuurprogramma Joos besloten op te doeken. Men wil een ‘vernieuwd programmaschema’ en ‘opgefriste programma’s, maximaal afgestemd op het dagritme en de leefwereld van de luisteraars’. Op internet werd er een petitie gelanceerd om Joos in de ether te houden. Want een kwalitatief hoogstaand cultuurprogramma kan men niet zomaar te grabbel gooien, want daarmee gooit men ook de cultuur zelf voor de leeuwen.

Dat dat echter steeds vaker gebeurt, bewijzen ook de toenemende vragen aan schrijvers om hun voor bewezen diensten alleen te betalen met een ‘dankjewel’. Ik geloof dat dit een kwalijke tendens is waartegen ‘wij’, schrijvers, ons moeten wapenen. Uiteraard bestaat er iets als ‘het goede doel’ en wil ik me daar af en toe graag zonder vergoeding voor inzetten. Maar als schrijvers niet opkomen voor hun recht om als een volwaardige beroepsgroep te worden behandeld en niet als een bende hobbyisten die alles puur ‘voor de liefde’ of de lol doen, dan beledigen we datgene waar we zo van houden, namelijk de literatuur, en wordt die binnenkort zélf een goed doel.

Niemand haalt het in zijn hoofd om bij een bezoek aan de kapper net voor de knipbeurt te vragen of het ook gratis kan. Als je een loodgieter je leiding laat repareren, dan betaal je hem daarvoor (en veel ook). “Ja, maar dat zijn echte vakmensen,” hoor je wel eens als je dat argument inbrengt. Wel, laat me aan hen die het nog niet wisten iets vertellen: dat zijn schrijvers ook.