Rob Wijnberg, Zwarte Piet en de Verlichting

Rob Wijnberg is lekker bezig. Al een paar jaar. Interessante initiatieven, goede artikelen met rake inzichten, helder en vermakelijk opgeschreven. Prima journalist. Heel jammer, eigenlijk. Want het wordt pas echt lachen als hij begint te filosoferen.

Zo gauw Wijnberg begint te filosoferen nemen zijn vooringenomenheid en zijn domheid in gelijke mate toe. In het stuk Wat we niet zien, een paar dagen terug verschenen op De Correspondent, zag je het al een beetje aan de heerlijk pompeuze eerste zin. En meteen begon je weer te hopen. Zou het dan echt? Eindelijk weer eens amateurfilosofie in plaats van kwaliteitsjournalistiek?

“Ik ben een raciaal scepticus.” Zo opent Wijnberg zijn stuk. “Dat wil zeggen dat ik, net als een hele waslijst aan moderne denkers, het concept ‘ras’ beschouw als een culturele misvatting.”  Van de “hele waslijst” noemt hij niet één denker bij naam. Heel goed. Nooit te veel uitleggen.

Zwarte Piet
De raciaal scepticus legt uit dat ras een achterhaalde en volledig willekeurige constructie is. Hij legt ook uit waarom racisme verkeerd is, en dom. Dan gaat hij richting de Zwarte Piet-discussie.
Hij haalt Quinsy Gario aan, bedenker van de slogan “Zwarte Piet is racisme”. Wijnbergs bezwaar? Gario “vindt Zwarte Piet een belediging van ‘zwarten’ – een groep die hij ook nog eens aanduidt als ‘wij’. Voor een raciaal scepticus verraadt dit een vervelend soort hypocrisie: van het rassendenken afwillen en je er vervolgens op beroepen.”

Wacht even. Dus omdat Gario het kennelijk over ‘wij’ heeft, schaart hij zich, ondanks zijn aanklacht, ook maar meteen achter het hele rassendenken? Hij beroept zich er zelfs op? Indrukwekkende gedachtesprong. Wijnberg in topvorm. Maar hij is amper begonnen.

Bewust blind
De raciaal scepticus heeft vooral een probleem met de slogan ‘Zwarte Piet is racisme’. Het probleem zit ‘m in dat ‘is’: “‘ras’ is een misvatting in de sfeer van de perceptie, niet in de sfeer van het zijn. (–) Maar wie net als ik een raciaal scepticus is (en dat is, durf ik te beweren, een substantieel deel van de Nederlanders), is het nogal een aantijging om te stellen dat Zwarte Piet racisme is: je wrijft velen daarmee aan iets niet te zien waar we – na een eeuwenlang proces van Verlichting – juist bewust blind voor zijn (en blind voor willen zijn).”

Smullen. Alleen die toon al. “Durf ik te beweren.” Wat is trouwens ‘een substantieel deel’? En als toetje nog die even overbodige als obligate vermelding van de Verlichting. Maar belangrijker is het opzichtige gegoochel rondom het woordje ‘is’, rondom ‘zijn’ en ‘perceptie’. En rondom ‘ras’ en ‘racisme’ – termen die Wijnberg voor het gemak maar aan elkaar gelijkschakelt. Ras bestaat niet werkelijk, het is een probleem ‘in de sfeer van de perceptie’, dus racisme ook.

Zijn beklag
Gelukkig krijgt Gario nog wel een pluim: “Zijn streven is nobel.” Mooi zo. We gaan verder. “Maar zijn beklag (is) precies verkeerd: we moeten blind zijn voor rassen, om ons er vervolgens van te beschuldigen dat ‘wij’ niet zien dat Zwarte Piet een symptoom is van dat denken, omdat het beledigend zou zijn voor ‘zwarte mensen’.”
Zijn beklag, noemt Wijnberg het. Maar hij beschrijft dat beklag met de belachelijke termen die hijzelf iets eerder introduceerde: “We moeten blind zijn voor rassen.” Zijn eigen overtuigingen toeschrijven aan Gario, en die overtuigingen vervolgens schaamteloos bestrijden. Je moet het durven.

Als ik het allemaal goed begrijp, had Gario in plaats van de kernachtige slogan “Zwarte Piet is racisme” moeten zeggen: “Zwarte Piet kan door sommige mensen als racistisch worden opgevat.” Het is maar goed dat Wijnberg heeft gekozen voor een carrière als raciaal scepticus in plaats van copywriter.
Eén ding maakt de raciaal scepticus in ieder geval duidelijk. Iedereen die nog geen lid is van De Correspondent: onmiddellijk registeren. Puur entertainment.