WEG met die stupide muziek!, zeggen Jillert Anema en ik

Op een dag ging Jillert Anema naar Arie Koops. In zijn hand had hij talloze argumenten. Arie Koops keek hem vijf, zes tellen glazig aan. Jillert begon zich op te winden, steeds meer, tot de aders in zijn nek dik werden en zijn grijze kuif op en neer deinde als een papieren scheepje op open zee.
Daarna liep Arie Koops weg.
Zonder iets te zeggen.

Tot gistermiddag kende ik Jillert Anema en Arie Koops niet.
Jillert dook plotseling op voor de NOS-camera.
Het schaatsen was weer begonnen, dat was ik even vergeten.

Nagels over een schoolbord
Niets deprimeert me meer dan schaatsen op tv. Om eerlijk te zijn kijk ik net zo lief naar babydieren die worden doodgeknuppeld. Want: meer actie.
Nou ja, bij wijze van dan. Bij schaatsen val ik soms lekker in slaap.
Helaas gillen de schaatsers me tijdens de interviewtjes na afloop altijd weer wakker.
De adrenaline komt dan vaak door hun muts heen, hun ogen zijn groot en rond als gevulde koeken en ze moeten ook nog de ‘muziek’ van een of andere blaaskapel overstemmen. Vooral bij de vrouwelijke schaatsers levert dit een gruwelijk geluid op.
Tien nagels over een schoolbord.
En daar dan Bert Maalderink nog bovenop.
Nu stond Jillert Anema bij Bert.
Coach van de BAM-ploeg. Een meneer met een grijze kuif en een trui waar BAM op stond.
Jillert wond zich weer eens vreselijk op.
Reden: de hoempamuziek tijdens wedstrijden.

Volgens de verslaggever was het niet voor het eerst dat Jillert zich zo kwaad maakte.
Klopt, zei Jillert, en hij vertelde over z’n hand vol argumenten en de glazige blik van Arie Koops.
En hij ging maar door:
Dat het publiek consument geworden was, omdat er nu ‘beeld en geluid’ was.
Dat hij zijn schaatsers niet meer bereiken kon.
En dat, als er twee schaatsers een tien kilometer aan het schaatsen waren, je ze altijd wilde aanmoedigen. Daardoor ging je van schaatsen houden.
Maar niet op deze manier!
“Daar word ik strontziek van,” zei Jillert. “Je kan wel zeggen: ‘Als je tien keer geweest bent dan weet je wat schaatsen is’. Nou, ammehoela, zeg maar.”

Er volgde een volkomen onsamenhangende, maar daarom niet minder boeiende verhandeling over schaatsen, over drukgolven van bloed, schaatsers die tegen hun hartslag in rijden en af en toe iets naar zich toe proberen te trekken en het ongelooflijke feit dat wie een toprit rijdt niet moe wordt.
Jillert: “Wie geen toprit rijdt, zakt door z’n frame.”
Conclusie: “Stop met die muziek!”
Kennelijk was er in de dweilpauze, juist op het moment dat er van Jillert best muziek had mogen zijn, geen muziek geweest, maar een interview dat niemand (‘werkelijk NIEMAND’) verstond.
“En daar word ik strontpissig van!”
Zoveel onbegrip, zoveel domheid; zijn stem sloeg ervan over.

WEG ERMEE
Ik had niet gedacht dat ik het ooit nog eens zou zeggen, maar:
Arie Koops gaat dit niet leuk vinden…
Ik ben het volmondig met Jillert Anema eens.
Zo, dat is eruit.
WEG met die stupide hoempamuziek!!!!
We worden er strontpissig van, Jillert en ik.
(En als we dan toch bezig zijn: weg met dat hele schaatsen. Maar laat Jillert dat maar niet horen).