Fernando Ricksen: puur verdriet en diepe ontreddering

God, wat praat hij moeizaam.Het is het eerste wat ik denk als ik Fernando Ricksen zich door zijn zinnen hoor worstelen.
Terwijl Matthijs van Nieuwkerk de volzinnen aaneenrijgt, hinkt Fernando Ricksen moeizaam van woord naar woord.

Societyhoeren en liters bier
Hij draagt een zwart, glimmend overhemd.
Zijn haar is geknipt, zijn baard is geschoren. Maar hij klinkt als de mensen die je in nachtelijk Utrecht een fiets voor vijf euro te koop aanbieden.
Er is een boek. Een boek vol vrolijke smeerlapperij – over societyhoeren, coke, liters alcohol en af en toe een sportief succesje.
Het boek moet en zal verkocht – laat dat maar aan de pr-fabriek van Johan Derksen over. Daarom zit Fernando Ricksen hier, in een glimmend zwart overhemd. In zijn ogen denk je even de schrik over zijn eigen toestand te kunnen lezen.
Je denkt: zo snel kan het gaan, na een paar jaar van societyhoeren, coke en liters alcohol.
Verdrietig, maar ergens, diep van binnen, denk je ook even, ondanks jezelf bijna: eigen schuld. Had-ie maar niet…
Dan de vraag: “Je praat langzaam.”
Twaalf keer in Oranje, meer bier gedronken dan een middelgrote Brabantse stad met carnaval, ontelbare sloeries verleid en weer afgedankt.
In een tijdsbestek van drie woorden stelt het allemaal niets meer voor.
Je       .          Praat         .        Langzaam       .
Z’n ogen vullen zich met tranen.

Wanhoop
Het doodsbericht van Fernando Ricksen is nauwelijks een maand oud en beslaat een afkorting van drie letters die hij niet meer zonder haperen over zijn tong kan laten rollen.
Hij huilt. Hij huilt zoals je zelden iemand op televisie ziet huilen.
Geen gefiguurzaagde ontroering, maar puur verdriet en diepe ontreddering.
Wanhoop.
Z’n biograaf is de aanzegger van het woord dat alle hoop ontneemt.

Aan tafel zit een jongeman in een glimmend, zwart overhemd die plots lijkt te beseffen dat er aan het verleden waarover hij nu moet spreken, geen ellenlange verhalen meer toegevoegd zullen worden
Beau van Erven Dorens grijpt Fernando’s getatoetakelde knuist. Onhandig, want oprechtheid draagt altijd iets onhandigs in zich. En je denkt aan jezelf en aan je miserabele gedachten van nauwelijks een minuut geleden.
“Moeten we het nog over het boek hebben?” vraagt Van Nieuwkerk.