Recensie Derksen &… Cruijff: Een niet-goed gesprek is ook een goed gesprek

Kijk, je weet dat wie je uitnodigt ook iets gaat zeggen. Dus wat doe je dan? Dan zorg je dat je iets terug kunt zeggen. Je bent altijd stil voordat je luidruchtig bent, tenslotte. En ik lig niet wakker van een tv-interview, dat niet. Dat kan gebeuren, een interview. Het enige waar je bij een interview voor moet zorgen is dat je antwoord geeft voor de vraag gesteld is. Je kunt van zo’n interviewer nooit winnen, maar… nou ja, precies.

Soms zie ik zo’n interviewer kijken, gister ook weer. Dan snapt-ie het niet. Of wel, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat om wat er gezegd wordt, niet om wat ervan begrepen wordt. Bovendien: als ik wilde dat-ie het snapte, dan had ik het wel beter uitgelegd. Je hebt een goed interview gegeven als je een antwoord meer hebt gegeven dan er een vraag is gesteld. Dan win je. En ik denk dat ik dat gister gedaan heb.

Je ken ook niks zeggen
Wat je altijd moet onthouden: als jij aan het woord bent, ken de ander niet praten. Er is maar één woord. Nou ja, het ken wel, maar dat gebeurt dus in de praktijk niet. Die jongens, die interviewers, die kunnen hun vak.
Je ken ook niks zeggen, bij zo’n interview. Maar dat is jammer, dat is zonde. Als je niks zegt, win je zo’n gesprek niet. Overkomt mij niet, dat kan mij niet overkomen. Voordat het me overkomt, zorg ik dat het me niet overkomt. En als het me dan toch overkomt, leg ik daar niet wakker van.

Na een interview ben ik altijd tevreden met wat ik gezegd heb. Tuurlijk: als ik niet blij was met wat ik zei, zou ik iets anders zeggen voordat ik dat ene zei. Ik hou van die gesprekken met een aangever en een afmaker, net zoals wie je dat in het voetbal dus hebt. Af en toe maak ik een voorzetje dus niet af, maar alleen omdat-ie niet komt, die voorzet dus. Maar als-ie dus komt, wie dus vaak het geval is, is het voor mij moeilijk om ’m niet in te knikken, omdat fouten maken dus iets is wat in wezen niet in m’n systeem zit. Ik zeg weleens: je moet praten, anders kun je niets zeggen. En in wezen is dat natuurlijk precies wie of wat het is. En als ik dingen zeg, zeggen andere mensen daar weer dingen over en wordt mij weer gevraagd dingen te zeggen over de dingen die mensen zeggen over de dingen die ik heb gezegd. Dat is een fysieke cirkel, da’s logisch.

Een goed gesprek
In feite is alles logisch, alles behalve dat wie niet logisch is. Dat is toeval. Maar toeval is ook logisch, omdat het dus niet-logisch overkomt.
Het kon gister in feite alleen maar een goed gesprek worden, omdat een niet-goed gesprek in zo’n geval ook een goed gesprek is. En een goed gesprek ook. Daar moet je van uitgaan. Als je dat doet, valt het allemaal wel mee. Maar niet iedereen snapt dat.