Een schuldgevoel door Geer en Goor

Het nieuwe programma van Geer en Goor, Effe geen cent te makke, veroorzaakt een stormloop aan nieuwe vrijwilligers voor het Nationaal Ouderenfonds. Ik voel geen aandrang om me aan te melden; ik heb nog een oma die ik vaak zie en dat ontheft mij van vrijwilligerswerk en schuldgevoel.

Toch ben ik niet helemaal vrij van gewetenswroeging. Dat heeft niets met mijn oma te maken, maar alles met het stokoude mannetje dat één hoog op de hoek van ons dorpsplein woont. Ik heb die man twee keer ergens bij geholpen en daarna nooit meer gezien.

De eerste keer dat hij mijn aandacht trok, voelde ik me betrapt. Ik had netjes afgesloten zakken in de grijze stortbak gegooid, zoals het hoort, maar twijfelde toch even aan mezelf. In die zakken zat natuurlijk wel afval dat niet in de grijze bak hoorde, maar dat kon de raamklopper niet weten.

Toen ik begreep dat hij me ergens voor nodig had, overwoog ik net te doen of ik niets doorhad. Bang voor wat ik daarbinnen zou aantreffen en nog banger voor wat er dan van mij werd verwacht. Ik ben niet goed met doden en gewonden. Maar de angst voor schuldgevoel en mogelijke juridische consequenties dreef mij toch naar binnen.

De deur naar het appartement stond al open. De oude man stond krom achter zijn rollator en schuifelde tergend langzaam voor me uit zijn kaal ingerichte appartement binnen. Ik voelde me ondanks alles een indringer en was even bang dat hij me door een oprisping van seniliteit ook ineens voor dusdanig zou aanzien.

Er waren geen doden of gewonden. Het ging om een vuilniszakje. Een heel licht vuilniszakje, van het soort dat je uit pedaalemmers in de badkamer haalt. Of ik dat even voor hem kon wegbrengen. We keken uit op de stortbakken op de hoek van het plein. Hij zei dat er wel hulp voor hem was, maar niet nu. Meer vroeg ik niet.

Ik hielp hem nog een keer met het vuilniszakje, en dat is alweer maanden geleden. Bijna elke dag loop ik langs, maar hij heeft niet meer tegen het raam geklopt, ik neem ook nooit een teken van leven waar. Bijna elke dag denk ik eraan om aan te bellen, maar echt overwegen doe ik het nooit. Voor je het weet wordt er op je gerekend en ik heb al een oma om in de gaten te houden. Toch kijk ik telkens omhoog naar dat raam en dan voel ik me even schuldig, maar ik loop altijd door.

Misschien dat ik vandaag maar eens aanbel.

Ik geef toe, dat komt toch een beetje door Geer en Goor.

 

 

Rick van Leeuwen