Waarom (een beetje) roddelen goed voor u is

Vorige week ging ik uit eten met een groepje collega’s. Op zo’n avond kan er eigenlijk maar één ding gebeuren als de quadrupels zijn besteld en de ondefinieerbare stukjes in de witloftaart zijn besproken: roddelen. Zet een handje bekenden bij elkaar, en voordat de knoflookboter goed en wel op tafel staat, zitten ze te konkelefoezen over anderen. Gelukkig is dat goed voor ons.

U roddelt niet? Annie M.G. Schmidt wist hoe de wereld in elkaar zat. Ze zette eens deze nuchtere woorden op papier: ‘Ik heb ooit een vrouw gekend die nooit een kennissennieuwtje vertelde, nooit een opmerking had achter de rug van haar schoonzuster, en die nooit een geheim doorvertelde. Waar ze gebleven is weet ik niet. Zij moet wel gebarsten zijn.”

Hoe overleef ik…
Het voornemen is mooi, maar de feiten zijn heel simpel: wie in een groep leeft, roddelt. Dat begint altijd met de lichte euforie van ik-dacht-dat-het-aan-mij-lag-maar-blijkbaar-denken-we-er-allemaal-zo-over: andere buren blijken de mening te delen dat het toupetje van de buurman op 16bis er iets te dik bovenop ligt, de rest van de familie moest ook een beetje giechelen toen ome Harrie er op zijn 65ste eindelijk voor uitkwam dat hij graag jurken draagt en – euforie! – er zijn meer vrienden die niet inzien waarom dat ene stelletje nog bij elkaar is nu zij hem voor de derde keer met een hete kroket heeft aangevallen. Voor je het weet ben je met z’n allen de groepsvorming aan het bevorderen en het onderlinge vertrouwen en respect aan het voeden.

groepsvorming
Op het moment dat groepsvorming ontstond, werd roddelen een overlevingsmechanisme

Groepsvorming, op het moment dat dat ontstond, werd roddelen een overlevingsmechanisme. Het was de manier om informatie in te winnen: wie is te vertrouwen, voor wie moeten ik oppassen, wie zijn mijn rivalen en wie mijn medestanders? Die historische functie lijkt nu een beetje ver van ons bed, maar ook in het nieuwe jasje blijft roddelen een functie vervullen, stelt dit managersnetwerk. Sterker nog: als er niet wordt geroddeld op de werkvloer, is dat een teken dat er geen binding is tussen de medewerkers en het bedrijf.

De onschuldige Annie-M.G.-Schmidt-roddel doet ons goed

Minder stress en misbruik
In de meeste families, vriendengroepen, bedrijven en sportteams zit het met die binding wel goed, volgens mij. Zo’n kwart van onze tijd besteden wij gezellige groepsdieren aan roddelpraktijken. En dat doet ons goed, constateerden onderzoekers van de University of California vorig jaar. U begrijpt misschien wel dat ik hier geen propaganda wil maken voor vuile leugens, achterbakse zwartmakerij en kinderlijke pesterijen; nee, ik heb het over de onschuldige Annie M.G. Schmidt-roddel. Even stilstaan bij de laatste dronken blunder van die vriend of klagen over de oom die altijd valsspeelt met Kerst, dat hebben we nodig.

In het genoemde experiment ging het vooral om die valsspelende oom – slecht gedrag van iemand ter sprake brengt bij anderen. “Het verspreiden van informatie over iemand die zich slecht gedraagt, geeft mensen een beter gevoel en de frustratie die leidde tot hun roddelen wordt er minder door,” vertelt onderzoeker Rob Willer. Een potje roddelen kan er toe leiden dat slecht gedrag wordt bestraft, het zorgt voor minder stress en voorkomt dat er van sommige personen misbruik wordt gemaakt.

Aan dat roddelen-waarmee-je-niet-in-de-hel-komt is echter wel een belangrijke voorwaarde verbonden: op tijd stoppen. Als is geconstateerd dat het nieuwe kapsel van de buurman eruitziet alsof hij net onder stroom heeft gestaan, hoeven we het daarna niet per se urenlang over zijn gekke accent, zijn verzameling kattenbeeldjes en zijn vergaande liefde voor Corry Konings te hebben. Er moet iemand in het gezelschap zitten die af en toe kreten slaakt als ‘Lekker hè jongens, dat draadjesvlees’ en ‘Hebben jullie gezien wat Ludo nu weer bij Janine gedaan heeft?’ zodat we rustig kunnen overgaan op de andere driekwart van onze gespreksstof.

Roddel, maar geniet met mate.