Ton Ojers doet het voor de fun

Er loopt een man over een veld. Blond haar, dat in droge pieken in zijn nek ligt en in zijn trui verdwijnt. Een donkerblonde snor, van het soort dat Berry van Aerle ooit zo hartstochtelijk droeg.

De man draagt een donkere trui, met daaronder een buik van heb-ik-jou-daar.
Op die trui zit een microfoontje, dat eigendom is van Omroep Flevoland.
De man heet Ton Ojers.

Lekker gek
Hij is diezelfde dag gebeld door het bestuur van SV Lelystad.
De trainer is weg. Of Ton niet…?
“Geheel pro deo!”
Ton Ojers is gek.
Lekker gek.
Dat vindt hij zelf ook.
Veel mensen die van zichzelf denken dat ze lekker gek zijn, zijn in werkelijkheid doodnormaal.
Ton niet.
Door zijn jarenlange analyses in het voetbalprogramma van RTV Noord-Holland is hij iets geworden waar nog geen woord voor bestaat.
‘Cultfiguur’ is te zwak.
Bovendien heeft Ton niet echt een figuur.

Ik ben geschrokken
Ton analyseerde jarenlang het Noord-Hollandse amateurvoetbal. Dan ben je geen hoogvlieger in het analistenwereldje, en dat wist Ton ook wel.
Ondanks dat nam hij zichzelf erg serieus. Gelukkig maar.
Met de jaren kwamen de quotes.
“Ik ben geschrokken.”
“Dit is niks voor mij.”
“Als een ouwe veteraan.”
“Je gaat er met z’n allen op, en je gaat er met z’n allen weer af.”
Er waren de instant-klassiekers: “Heb die Babel een vriendin? Ik hoop het niet voor d’r, want hij dreigt wel maar hij scoort nooit.”
Er waren Cruijffiaanse contaminaties: “Dat is een dolksteek in de rug, op een heel onethische wijze.”

En er was het altijd terugkerende “O o o o o!”, in verschillende gradaties van opwinding.
Zo werd Ton Ojers de eerste persoon ter wereld die een karikatuur van een karikatuur van zichzelf werd, werd hij coach van een speciaal RTVNH-voetbalteam en speelde mee in een televisieserie van Ruben van der Meer. Op het toppunt van zijn roem had hij zelfs zijn eigen live-talkshow, Ojers Oot Kultur, waarin hij op culturele bijeenkomsten live boeken besprak. (“Ik ben geschrokken.”.
Tot het plots over was met Ton Ojers. Hij verdween van televisie, de tv-serie werd een mislukking en Ojers Oot Kultur werd niet langer geboekt.
En zo dook hij op een middag in het voorjaar van 2013 op in Lelystad.

Nichtenvoetbal
“Voetbal is toch fun? Of niet?”
SV Lelystad heeft vier keer verloren en Ton Ojers is aangetrokken om de fun terug te brengen.
“Kijk eens wat ik bij me heb?”
Uit een zwarte plastic tas haalt hij een roze trainingshesje.
“Ze spelen nichtenvoetbal, dus we hebben ook roze hesjes meegenomen! Ze spelen nichtenvoetbal! Als je vier keer verliest, dan speel je nichtenvoetbal, toch?! En de zes grootste nichten spelen met de hesjes.”
Fun.
“Je begint al te lachen. Nou, da’s het enige wat je moet doen: sfeer terugbrengen, hard trainen en het elftal logisch neerzetten. Klaar.”
Ton ten voeten uit. Ton maakt de dingen niet moeilijker dan ze zijn. Eenvoudige dingen houdt hij graag eenvoudig.
En moeilijke dingen ook.
“Ik heb in Amsterdam die Tweede Klasse gezien, o o o o o o, dat ziet er niet uit. Dat zit tegen het G-voetbal aan. Zit er dicht tegenan. Echt waar. En dan doe ik het G-voetbal niet tekort. Maar ik ben geen tovenaar, ik ben geen wonderdokter.”

Dan ontstaat er drukte rond de man die zegt geen tovenaar te zijn.
De spelers moeten hem niet; ze willen liever trainen onder een man die Aziz heet.
Ton Ojers staat in de middencirkel, het plastic tasje met nichtenvoetbalhesjes nog in zijn hand.
Iemand biedt hem een adviserende rol aan.
Ton weigert.
“Ik moet die gasten hebben. Die moeten bij papa zijn, op dat veld.” En tegen een vertegenwoordiger van de SV Lelystad-spelersgroep: “Ik doe het voor jullie, ik doe het voor de fun.”
Iemand vraagt of Tons microfoon uit staat.
Ton, die het liefst altijd met een werkende microfoon door het leven zou gaan, mompelt van nee.
Dan draait een man met een vreemd gevormd hoofd en een geruite sjaal – een bestuurslid of zo – zich naar de camera. Hij maakt het gebaar van ‘keel doorsnijden’.
De camera gaat uit.

Ouwe veteraan
Even later staat Ton Ojers weer voor zijn zo geliefde camera’s.
De fun is over nog voordat-ie begonnen is.
Hij is niet welkom. Vindt hij prima.
Ook niet pro deo. Ook prima.
De spelers gaan liever met Aziz verder. Vindt hij prima.
“Maar die jongens zijn nou wel gemotiveerd hoor, o o o o o!”
Dan gaat-ie weer naar huis. Zijn laatste woorden zijn: “Ik heb het al druk en druk zat.”
Hij wandelt richting de kantine, het zwarte plastic tasje in de hand.
Als een ouwe veteraan.
Wat Ton sindsdien allemaal gedaan heeft, weet ik niet. Maar hij heeft het vast druk en druk zat, o o o o o!

Met dank aan Thomas Heerma van Voss, voor al zijn Ton Ojers-archiefwerkzaamheden.