Achter de schermen bij Giro 555

Hoewel ze liever geen schrijvende pers (‘te laag bereik’, ‘bestaan jullie nog’, ‘hahaha’) binnen hebben, is het me toch gelukt om door te dringen tot de ruimte waar Bekende Nederlanders collecteren voor Giro 555. Het heeft me honderd euro gekost. In het borstzakje van de portier. Ik beloofde hem ook een gratis jaarabonnement op HP/De Tijd. Dat wilde hij niet. De honderd euro was genoeg.

Overal liggen snoeren op de vloer. Personal assistents schieten heen en weer. ‘Froukje heeft een nat doekje nodig!’ hoor ik een iets te dikke man met een gemillimeterd baardje roepen. Nat doekje, altijd lekker.

De Bekende Nederlanders hebben allemaal een eigen kleedkamer. Ik kan me voorstellen dat het collecteren je niet in de koude kleren gaat zitten. Dan heb je even tijd voor jezelf nodig, en vers fruit. De deur van de kleedkamer van Rik Launspach staat open. Ik steek mijn hoofd om de deur: een hometrainer, een basketbal, een flipperkast en vier exemplaren van de nieuwe plaat van Eminem. De douche loopt. Ik hoor gegiechel van vrouwenstemmen uit de douche komen. Waarschijnlijk redt Rik Launspach daar nu Filipijnse vrouwen het leven door ze mond op mond beademing te geven.

In de ruimte waar Bekende Nederlanders de telefoon aannemen spreek ik een man aan. Hij zit achter een toestel, hij moet wel een Bekende Nederlander zijn. ‘Ton Hooijmaijers’ staat er op zijn naambordje. Ik vraag of hij al veel heeft opgehaald voor het goede doel. ‘Nog niets,’ zegt hij. Hij krijgt iemand aan de lijn en zegt: ‘Honderd euro? Wat geweldig! U kunt het overmaken naar rekeningnummer 876539 ter attentie van AMCA Hooijmaijers te Amsterdam. Meer mag ook, de Filistijnen hebben uw hulp nodig!’ Hij knipoogt naar me.

Ik kijk door de ruimte vol Bekende Nederlanders: prachtige, bijzondere Nederlanders die hun unieke talent hebben kunnen verzilveren. Mensen die, wanneer ze één procent van hun jaarinkomen aan Giro 555 zouden overmaken, ervoor zouden zorgen dat iedere natuurramp van de komende tien jaar zorgvuldig bestreden zou kunnen worden. Er zou dan nog genoeg geld over blijven voor vakkundig bedrukte poloshirts.

Een Bekende Nederlandse (Noot voor redactie = svp naam niet publiceren, heb geen zin in gedoe = Patty Brard, -x- JP) wordt gemasseerd door een jonge productiemedewerker. Haar headset hangt om haar nek. Ze leunt achterover in haar stoel en hijgt. Vanuit het oorstuk van haar headset klinkt een mechanische stem: ‘Hallo? Hallo?’

Een woedende Bekende Nederlander smijt een broodje op de grond. Hij schreeuwt dat dit broodje al zeker een half uur ligt. De Bekende Nederlander klaagt dat hij een droge bek krijgt van al dat gelul. Hij zegt dat hij gek wordt van al dat gepraat van die mensen, die hun verhaal kwijt willen: ‘Ik doe het graag hoor, begrijp me niet verkeerd, ik voel me verbonden met Azië, ik ben een paar jaar geleden nog in Tokio geweest voor opnames.’

Presentatrice Bridget Maasland kijkt op haar mobiele telefoon en roept verrukt uit dat ze in vijf minuten er tweehonderd followers op Twitter bijheeft.

De bewaker tikt me op mijn schouder en zegt dat de honderd euro op is. Hij zeg dat ik moet gaan, tenzij ik nog honderd euro over heb voor het goede doel. Hij houdt zijn hand op.