Het grote pitloze rode druiven-festijn van Cristiano Ronaldo

De mevrouw die belast is met de taak hongerige studenten in de Universiteitsbibliotheek van warm voedsel te voorzien, kijkt schattend in mijn richting en vraagt dan: ‘Vjeel of wjeinig spjerzjiebjonen?’

Het accent is dat van de Syldaviërs in de Kuifje-tekenfilms.
Ze houdt een enorme lepel vlak boven een al even indrukwekkende pan. Haar wenkbrauwen zijn opgetrokken, mede als gevolg overmatig epileren.
Haar hele wezen is even een vraagteken.
‘Weinig,’ zeg ik.
Nu dalen de wenkbrauwen een paar verdiepingen, de lepel koppeltjeduikelt in haar hand. Dan zegt ze streng: ‘Vjeel.’
De sperziebonen zijn met z’n honderden. Een opgewekt iemand zou dit bord eten ter waarde van 5 euro 99 een uitdaging noemen.
Als je het zo bekijkt, is het nog goedkoop ook.
Het meisje tegenover mij prikt ook in de bonen. Met vijf tegelijk spiest ze ze aan haar vork en brengt de vork naar haar mond. Onderwijl kijkt ze naar een komische serie op haar laptop.
Dat, of ze lacht om de wetenschappelijke tekst waaraan ze werkt.
(Bijna alles wordt onverdraaglijk komisch wanneer je er van een afstandje naar gluurt; de wetenschap vormt daarop bepaald geen uitzondering. Eerder het levende bewijs.)

Griekse filosofen
Terwijl ik bonen eet, lees ik een roman die zich afspeelt op het Zuid-Afrikaanse platteland. Hoe ik ook eet – pardon: lees – mijn geest blijft waar zij is. De fantasie laat zich vandaag niet commanderen; steeds weer zie ik het meisje, de bonen en vroeg of laat dwalen mijn gedachten toch weer af naar Cristiano Ronaldo, die nu zo’n 1.500 kilometer verderop zich naar het WK staat te spelen, al is het niet uitgesloten dat hij op ditzelfde moment voor mijn deur staat – iets wat hij vaker doet als hij een belangrijke wedstrijd speelt.
De bonen blijven maar vjeel en ik vraag me af welke filosoof het was die zich afvroeg of een boom die omvalt als jij ernaast staat ook zou zijn omgevallen als jij heel ergens anders uithing. Ongetwijfeld een Griek.
Griekse filosofen hebben weinig geschreven over mensen die aan je deur staan terwijl jij ze tegelijkertijd op televisie ziet voetballen. Zo heeft ieder vakgebied zijn lacunes.

Beweging. Het lachende meisje ruimt haar laptop op, neemt haar bord en verlaat de eetzaal. Het bord is nog niet eens halfleeg.
Dat van mij ook niet.
Schichtig kijk ik naar de klok. Half negen. Nog een kwartier en Zweden en Portugal trappen af.
Voor de zekerheid heb ik de deur op het nachtslot gedraaid.

Drie berichten
Om half elf sluit de bibliotheek haar monumentale deuren. Ik ben een van de laatsten die ertussendoor glipt, de avondkou in. Ik heb allerlei noodzakelijke, al lang om aandacht bedelende klussen verricht, alsmede werk waarop niemand zit te wachten.
Half elf, in Solna blaast de scheidsrechter nu ongeveer voor de laatste maal.
Over een minuut of vijf is de live televisie-uitzending ten einde en is het gevaar geweken.
Dan denk ik opeens:
‘Behalve.’
Het duurt even voor de rest van de gedachte zich aan me onthult, als een stripper die in een vloeiende beweging haar jurk kwijt is, maar daarna tergend langzaam de schamele rest van wat haar bedekt van zich af stroopt.
‘Behalve als het verlenging wordt.’

Ik duik onder in een café op honderd meter van mijn huis en bestel een kop thee.
De barman, een kolos met een gezicht als een bleek uitgeslagen rozijntje, zegt: ‘We hebben geen warme dranken meer.’
Ik vraag wat hij nog wel heeft.
‘Koude dranken.’
Onder het toeziend oog van de kolos drink ik drie koude dranken. Onderwijl probeer ik mezelf uit alle macht naar het platteland van Zuid-Afrika te transporteren. Het lukt maar ten dele: het landschap en de temperatuur blijven ver van me verwijderd, maar de grimmige sfeer van segregatie kan ik plots prima invoelen.
Om middernacht zijn ook de koude dranken op en wandel ik naar huis.
Mijn telefoon begint te trillen: drie nieuwe berichten.
Als mijn telefoon een fruitautomaat – nou ja.
Bericht 1 is van mijn vriendin: ‘Lieverd ik ben zo thuis!’
Bericht 2 is ook van mijn vriendin: ‘WAAR BEN JE?!?!?!?!?’
Bericht 3 is alweer van mijn vriendin: ‘Frank Heinen, ik ga je vermoorden.’

Pitloze rode druiven (2,99 per 500 gram)
Mijn vriendin ligt in bed. Ik hoor aan haar ademhaling dat ze doet of ze slaapt.
‘Hallo,’ zei ik zacht, maar ze volhardt nog even in haar bladstille woede.
Dan pas zie ik dat het licht in de woonkamer nog brandt.
Daar ligt hij, op mijn bank, bezweet en wel.
Op de grond ligt zand en gras, rechtstreeks uit Solna.
In de hoek van de kamer staat de mevrouw uit de bibliotheekkantine. Ze werpt pitloze rode druiven (2,99 per 500 gram) in zijn geopende mond.
Als hij mij ziet, steekt Cristiano Ronaldo zwijgend twee vingers in de lucht en wijst naar mijn kleine wijnrekje.
‘Het is feest,’ mompelt hij, terwijl hij een druif vermaalt.