Stop de betuttelindustrie!

Jeroen Pauw heeft gisterenavond in Pauw & Witteman hét woord van 2013 gelanceerd: ‘betuttelindustrie’. Het rolde over zijn lippen naar aanleiding van een debat tijdens de uitzending over het optrekken van de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol en tabak tot achttien jaar, een maatregel die in Nederland vanaf 1 januari 2014 wordt ingevoerd. In de studio gaf een aantal jongeren hun mening over de kwestie. Op een gegeven moment zei Pauw dat ‘we opmerkelijk genoeg afscheid moeten nemen van een groot deel van onze gasten, want in de betuttelindustrie is het zo dat kinderen onder de achttien jaar niet na elf uur in een televisieprogramma mogen verschijnen’.

Sigaretten in bierglazen
Had Jeroen naast mij op de bank gezeten, ik had hem – weliswaar kuis op de wang, volgens de regels der betutteling – een smakkerd gegeven voor het gebruik van dat prachtige en treffende woord ‘betuttelindustrie’, én voor het misprijzen dat klonk in de manier waarop hij het uitsprak. Ik deel zijn afkeuring: de betuttelindustrie slaat steeds wilder om zich heen.

Laten we beginnen met het debat in de uitzending over het nakende verbod op de verkoop van alcohol aan achttien-minners. De jongeren in de studio waren het alvast hierover eens: aan hun houding tegenover alcohol zal het verbod weinig of niets veranderen, want, zo zei een meisje, ‘op die leeftijd heb je ook vaak vrienden van achttien en ouder, die dan gewoon drank voor je kunnen kopen’. De overheidsmaatregel werd bij P&W verdedigd door staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn & Sport Martin van Rijn, die onder meer poneerde dat alcoholgebruik op jonge leeftijd schadelijk is voor de nog onvolgroeide hersenen.

Veel beter dan dat men die bezorgdheid in een wet modelleert die jongeren – lekker spannend! – maar wat graag zullen overtreden, kan men op scholen aan doorgedreven sensibilisering doen over het gevaar van alcohol, waarvan, toegegeven, het gevaar vaak wordt onderschat: drinken is zo sociaal aanvaard dat men niet in de gaten geeft dat verslavingsgevaar al op jonge leeftijd om de hoek kan loeren. Laat mij daar echter meteen aan toevoegen dat ik vroeger óók door zowel ouders als leraren werd gesensibiliseerd, maar ik niettemin af en toe met plezier – en met de onafscheidelijke en leerrijke kater achteraf – over de schreef ging. Hoort dat er nu eenmaal niet bij als je jong bent, en is ervaring niet de beste leerschool om je eigen grenzen te ontdekken en af te bakenen? Zelfs dán nog zullen zowel jongeren als ‘verstandige’ volwassenen die grenzen blijven overschrijden, omdat, tja, we nu eenmaal mensen zijn, en dus af en toe de controle (willen) verliezen en daarmee onze eigen gezondheid in gevaar brengen.

Die controle over onze gezondheid wil de overheid echter in toenemende mate van ons overnemen: gij zult geen verzadigde vetten eten; gij zult niet te diep in het glas kijken; gij zult niet roken. Van Rijn vertelde hoe er vroeger tijdens feestjes bij zijn oma en opa bierglazen met sigaretten op tafel stonden, omdat zoiets als ‘gastvrij’ werd gezien. Vandaag, zei hij, wordt zoiets niet meer als normaal beschouwd, dus waarom zouden we ook niet in die richting kunnen evolueren wat betreft het nuttigen van alcohol door jongeren?

Ik heb de tijd van de grootouders van meneer Van Rijn niet meegemaakt, maar wanneer ik in televisieprogramma’s uit de oude doos praatgasten (zelfs sportlui) zie roken, heb ik voorwaar soms heimwee naar een tijd waarin de gezondheidspolitie nog niet achter elke hoek met het vermanende vingertje opdook. Trouwens, wanneer de overheid werkelijk zo bezorgd is om de hersenen van jongeren, waarom verhoogt ze dan niet de accijnzen op alcoholische dranken, waarmee ze de portemonnee van de jeugd werkelijk zou treffen? Het antwoord kennen we: dat doet de overheid niet omdat dan ook volwassenen minder zouden drinken, en de staatskas minder wordt gespekt.

Stiekeme voorlichting in de bib
De betuttelindustrie is niet alleen actief in de gezondheidssector, maar speelt ook voor schoolmeester op het steeds uitbreidende speelterrein der ‘normen en waarden’. De petitie die ‘bezorgde ouders’ gisteren op het Binnenhof in Den Haag binnenbrachten tegen Dokter Corrie is het meest recente voorbeeld. De ondertekenaars vinden dat het televisieprogramma ‘een liberale seksuele moraal’ opdringt, en seksuele voorlichting in de eerste plaats een taak voor ouders en scholen is. Ik vind Dokter Corrie juist een uitstekende opstap voor jongeren om het openlijker over seks te hebben, en kan alleen maar met spijt zeggen dat het in mijn tijd wel anders was: noch mijn ouders noch de school deden aan enige noemenswaardige voorlichting, dus ging ik stiekem naar de bibliotheek, waar ik in een boek met knullige tekeningen moest ontdekken hoe alles in z’n werk ging, terwijl mijn hart in mijn keel bonsde omdat ik bang was dat de bibliothecaris mij zou betrappen. Betuttelend doen over seks geeft kinderen de indruk dat seksualiteit iets abnormaals is, en is dat de boodschap die de ‘bezorgde ouders’ willen meegeven?

Een andere recente actie van de normerende betuttelindustrie is natuurlijk de discussie over Zwarte Piet: blijkbaar mogen we Zwarte Piet niet langer een grappige figuur vinden die deel uitmaakt van onze folklore. Nee! Foei! Stout! Zwarte Piet is racisme, en wie daar anders over denkt, wordt gestraft door de oprukkende colonne der maatschappelijke vertrutting, die met de betutteling hand in hand loopt.

Smoothies en sigaretten van light-chocolade
In mijn eigen vaderland, België, is er nog geen debat over het optrekken van de leeftijdsgrens voor alcohol, al zou het me niet verwonderen als dat niet lang meer zou duren – als het regent in Den Haag, druppelt het al snel in Brussel. Betutteling is ook hier evenwel al aan haar opmars bezig: politicus Bart De Wever kwam ons vorige week op televisie vertellen hoe ongezond het wel is om rood vlees te eten; de Vlaamse overheid onderwierp professoren van onze universiteiten aan een absurde Engelse taaltest, en onder impuls van de Vlaamse christen-democraten vinden veel katholieke ziekenhuizen het in het euthanasiedebat nog steeds nodig hun eigen moraal op te dringen aan andersdenkenden.

Jazeker, regels en wetten moeten er zijn. Maar als de overheid niet genoeg ruimte laat voor persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheidszin van haar burgers, vrees ik dat we evolueren naar een samenleving waarin we straks, naar Amerikaans model, niet langer kunnen vloeken op televisie, op café alleen nog smoothies drinken en op openbare plaatsen enkel nog gezien mogen worden met kindersigaretten van light-chocolade.