Qua internet is Nederland een heel matig land

We hebben het in dit land weleens hoog in de bol, bijvoorbeeld waar het gaat om de staat en de toegankelijkheid van het internet, maar de meest recente cijfers tonen een heel andere werkelijkheid: op het gebied van het wereldwijde web zijn wij allang niet meer het beste jongetje van de klas. Wereldwijd zijn er elf landen die het (veel) beter doen. Vooral de slechte toegankelijkheid van het net en de slechte infrastructuur spelen ons parten.

Dat valt (met enige moeite) op te maken uit de tweede Web Index, die gisteren is gepubliceerd en waarin voor 81 landen in de wereld is uitgerekend hoe ze het doen op verschillende digitale terreinen. Natuurlijk wordt de lijst aangevoerd door de ontwikkelde landen en bungelen de usual suspects, de onderontwikkelde Afrikaanse en Aziatische landen, onderaan. Maar evengoed zijn de verschillen binnen die categorieën groot en groeiende. Opvallend is vooral de positie van de Scandinavische landen, die allemaal in de toptien staan, niet in het minst doordat de overheden daar fors hebben ingezet op toegankelijkheid, bereikbaarheid en opleiding.

Juist daaraan schort het in Nederland. De toegankelijkheid van het internet, een van de subcategorieën die leiden tot die matige 12de overall-klassering van ons land, wordt door de World Wide Web Foundation, gewaardeerd met een 17de plek. Met andere woorden, er zijn zestien landen in de wereld die de infrastructuur op dat gebied beter op orde hebben. Voor een land dat zich nog steeds mag rekenen tot de mondiale economische toptien is dat een feite een schande, die in regeringskringen tot nadenken zou moeten stemmen.

Een ander gebied waarop we het maar heel matig doen is dat van betrokkenheid van burgers bij het internet en de impact die dat op hun leven heeft. Ook daarin zijn de Scandinaviërs, maar ook de Britten en Amerikanen, ons ver voor. Daarbij gaat het dan niet vooral om de organisatiegraad van burgers op het internet, maar ook om de manier waarop de overheid met haar burgers communiceert en ze dus in staat stelt om invloed uit te oefenen op haar eigen functioneren via het internet. Wij denken dus wel dat we onze zaakjes op orde hebben, maar we zouden er goed aan doen ons licht eens op te steken in andere delen van Europa.

Opvallend is verder in de nieuwe Web Index de wereldwijde waardering van de privacy op het internet. Dat die in China niet erg hoog is, valt eenvoudig te begrijpen, maar ook in de VS en Groot-Britannië is ze scherp gezakt. Dat heeft volgens de onderzoekers te maken met de diverse spionageschandalen. Die impact zou zo groot zijn dat zelfs burgers in voorheen ‘vrije’ landen overgaan tot zelfcensuur en dus meehelpen aan de inperking van de vrijheid op het internet.