Ronald Plasterk moet dimmen: wachtgeld voor politici moet gewoon helemaal weg

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken wil niet ‘verder tornen’ aan het wachtgeld voor politici. Hij motiveert zijn standpunt met de vaststelling dat de positie van een politicus onzeker is.

Het is Plasterk kennelijk ontgaan in welk land hij leeft. De positie van een politicus is niet onzekerder dan die van een willekeurige werknemer. Maar er is tenminste één verschil. Een gewone werknemer heeft, als hij geluk heeft, een baan van zijn keuze en naar zijn zin. Maar in de basis moet er gewoon brood op de plank en heeft een werknemer zeker in deze tijd niet zoveel te kiezen. Bovendien wordt zijn functioneren voortdurend beoordeeld, liefst formeel tweemaal per jaar, er zijn zelfs wettelijke verplichtingen. Een paar negatieve beoordelingen en je ligt eruit.

Een politicus staat er heel anders in. Zijn baan is de kroon op zijn brandende ambitie. Hij heeft gekregen wat hij wilde: op het podium, in de schijnwerpers. Hij gaat ons burgers de weg wijzen in de woestijn, we hoeven alleen maar te volgen. Hoe hij functioneert is meestal niet het onderwerp van beoordelingen. Wat hij heeft veroorzaakt al helemaal niet. Een keer per vier jaar, normaal gesproken, komt zijn positie aan de beurt. Als er tussentijds een coalitie valt – op landelijk of lokaal niveau – kan het eerder zijn. In beide gevallen kan werkloosheid het gevolg zijn. Welkom in de al maar groeiende club.

Er geldt dan een sollicitatieplicht en een tijdelijke WW-uitkering – de duur gebaseerd op je arbeidsverleden en dus niet zomaar op een mogelijk kortstondige carrière als politicus. Kom je uit de landelijke politiek of was je wethouder in een grote gemeente, dan komt de financiële klap hard aan. Net als bij elke andere werkloze die een fors salaris verdiende.

Zolang mensen als Plasterk nog denken dat politici een door God gezonden groep zijn, zal de politiek nooit geloofwaardig worden.