Een stukje mediatraining naar de gemiddelde Eredivisiespeler toe

“Zo Voetballer X, dat interview na de wedstrijd was een tegenvaller, denk ik?”
“Dat is zeker een tegenvaller. Je hebt je niveau niet gehaald, dat is duidelijk. Je wordt geïnterviewd om te winnen, en dan gebeurt dit: dat mag niet gebeuren, niet op dit niveau.”“En het is niet voor het eerst dat dit gebeurt.”

“Het is zeker niet de eerste keer dat dit gebeurt. Dat maakt het ook zo zuur.”

“Hoe komt dit?”

“Ja, hoe komt dit? Ik denk een combinatie van factoren: aan de ene kant creëer je genoeg kansen om goeie opmerkingen te maken, je bent veel aan het woord, je laat de woorden goed gaan. Je bent beter, in principe, maar je moet af en toe ook wel een punt maken, anders wordt dat punt door de interviewer gemaakt en geef je het in een moment van onoplettendheid helemaal weg. Dat mag nooit gebeuren.”

“Maar het gebeurt wel.”

“Maar het gebeurt wel, ja, inderdaad ja. En daar baal je dan van.”

“Heb jij je niveau gehaald?”

“Goh, hebben we ons niveau gehaald? Dat kun je je afvragen, en dat doe je dan ook.”

“Dan valt die definitieve opmerking van de journalist, en dan sta je als geïnterviewde weer met lege handen. Hoe voel je je dan?”

“Ja, hoe voel je je dan… Leuk is het niet. Ik denk dat je op dit moment in de hoek zit waar de clichés vallen. Je doet jezelf tekort door niet je eigen analyse te geven, maar mee te gaan in hun spel, dat heel erg op welbespraaktheid en vasthoudendheid gebaseerd is. Dan kom je in een vechtgesprek terecht, wat niet je sterkste kant is.”

“Heb je wel het niveau voor dit niveau?”

“Ik denk zeker dat ik het niveau voor dit niveau heb, als ik dat niveau tenminste met mijn niveau kan invullen, dan wel. En je moet bedenken: je doet jezelf al weken op rij tekort. Je wordt geïnterviewd, je weet dat je er moet staan, je staat er ook en dan geef je het in een slotopmerking toch nog dom weg.”

“Is dat een patroon?”

“Goh ja, is dat een patroon? Zeg jij het maar.”

“Wie?”

“Jij.”

“O, ik dacht dat jij jij was.”

“Wat je nu moet doen, is bij elkaar gaan zitten en analyseren hoe dit überhaupt mogelijk is geweest en hoe we hier met elkaar weer uitkomen.”

“Is dit een leermoment voor iedereen?”

“Je kunt niet voor iedereen spreken, maar ik denk dat dit voor iedereen wel een momentje is dat je denkt: ja, leermoment. Je hebt het er de hele week over, je leeft toe naar zo’n interview en dan roep je de problemen met een enkel opmerkinkje alweer over jezelf af.”

“Laten we even teruggaan naar die tweede opmerking. ‘We vergaten te voetballen,‘ zeg je daar.”

“Ja, je vergeet daar helemaal dat moment uit te analyseren, en dat wordt dan afgestraft door een ervaren tegenstander. Je stond meteen al niet goed, terwijl je het er van tevoren met elkaar over hebt.”

“Waarover?”

“Dat je wel goed moet staan.”

“Dodelijk?”

“Goh, dodelijk… Je zou denken van wel.”

“Wat was er gebeurd als je in de derde minuut van het interview na de wedstrijd die voorzet “Zit je lekker in je vel?’ ingekopt had?”

“Dan speel je een totaal andere wedstrijd.”

“Interview.”

“Dat zeg je.”

“Dankjewel voor dit interview.”

“Je wordt bedankt.”

Met dank aan Iwan Tol en zijn artikel in de Volkskrant van vandaag.