House of Cards: cynisch en geruststellend

Het schijnt echt te bestaan. Mensen die een of twee afleveringen van een geweldige serie kijken en daarna zeggen: “Zo is het wel even genoeg geweest.” En die zich daar dan ook aan houden.

Dat Netflix het volledige eerste seizoen van House of Cards in één keer heeft uitgebracht, niet dat gezeur van één aflevering per week, is vooral goed nieuws voor de kijker met iets minder discipline.

House of Cards is zo’n serie die je er het liefst in een keer doorheen jaagt. Strak, hoog verteltempo, al vanaf de allereerste scène. Drie of vier verhaallijnen, stuk voor stuk geslaagd. Cliffhanger na cliffhanger, allemaal goed getimed, veel onverwachte, maar telkens geloofwaardige plotwendingen. Doordat je het kunt kijken zonder al te veel hinderlijke onderbrekingen van het dagelijks leven, blijf je veel dichter op het verhaal.

Ziek machtsspel
Kevin Spacey speelt Frank Underwood. Underwood is glad, corrupt, amoreel en ambitieus. Met andere woorden: Underwood is politicus in Washington D.C. In de eerste aflevering wordt hij gepasseerd als minister van Buitenlandse Zaken. Underwood glimlacht charmant, vertelt zijn meerderen rustig dat hij zich bij het besluit neerlegt, en beraamt een plan om iedereen die hem tegenwerkt kapot te maken.

Politiek is een en al netwerken, intimidatie en zieke machtsspelletjes. Hoe duister, en hoe weinig idealistisch House of Cards ook is, de serie weet in elk geval twee prettige illusies goed te verkopen:

1. De intelligentste partij wint

Underwood blijft winnen doordat hij zijn tegenstanders telkens te slim af is. Voor het grootste deel van seizoen is dat genoeg. Het deel waarin hij het niet alleen maar van zijn intelligentie moet hebben, is het aangrijpendste van de hele serie.

2. Onze levens worden gestuurd door een enorm netwerk aan complotten

Bedrijven en overheid wisselen gunsten uit om elkaar aan de macht te houden. De geruststelling hier is: er is een systeem. Een door en door corrupt systeem, dat min of meer onschuldige figuren aan de zijlijn vertrapt. Maar toch. Er is een systeem – en voor wie slim genoeg is om de complotten in kaart te brengen, is de wereld kenbaar.

Portret van een goed huwelijk
House of Cards is uiteindelijk veel minder hard, veel minder realistisch dan bijvoorbeeld The Wire – een serie waarin ook die laatste illusies niet overeind blijven. De intelligentste partij wint niet, of in ieder geval niet genoeg. Iederéén verliest, eigenlijk. En er is geen systeem. Alleen opportunisme. Tegen de tijd dat je ontdekt wie er écht aan de macht is, is alles alweer omgegooid.

House of Cards is tegelijk cynisch en geruststellend. Die combinatie werkt. Ook sterk: het is, naast een verhaal over macht en politieke intriges, een portret van een goed huwelijk. Geen rimpelloos huwelijk, gelukkig. Maar de loyaliteit, de openheid, het wederzijdse respect tussen Frank Underwood en zijn vrouw Claire (Robin Wright) heeft iets heel verfrissends. Dat ze hun goede huwelijk vooral gebruiken om kwaadaardige plannen te beramen: des te beter.

Goed idee dus, zo’n serie in één keer uitbrengen. Maar dat Netflix nog tot februari wacht met seizoen 2 is ronduit schofterig.