Mislukte utopie uit de tijd van de hoogwaterbroek

Gebouwen die bijna niemand mooi vindt zijn er genoeg. Maar hoe komen ze er? En kan er nog wat aan ge­daan worden? Architect Marjolein van Eig zoekt het uit en stelt verbeteringen voor. Deze week: het gemeentehuis van Delft.

In 1985 zond de VPRO de documentaire Kans om te bouwen uit. Daarin kwamen vier jonge, bevlogen architecten aan het woord die op hun zolderkamertjes zwoegden op plannen waarmee ze de wereld gingen veroveren. Die dromen kwamen zomaar uit, dankzij het harde werken en de enorme bouw-boost die op de crisis volgde. De architecten behoren nu alle vier tot de top van Nederland en zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de openbare gebouwen die de afgelopen jaren zijn neergezet. Schiphol, het Stedelijk Museum, het conservatorium in Amsterdam, het NAI in Rotterdam, het nieuwe station en stadskantoor van Delft, het zijn er zomaar een paar.

Heerlijke traagheid
Terwijl in de documentaire met een heerlijke traagheid, begeleid door prachtige muziek, mooie en minder mooie voorbeelden van architectuur voorbijkomen, vertelt een voice-over over de architect. Het imago van de architect veranderde vanaf het eind van de negentiende eeuw van kunstenaar via ingenieur en onbereikbaar orakel met een potlood in een boeman die van alles de schuld kreeg.

De documentaire stamt uit een tijd die vergelijkbaar is met nu, behalve dat we nu niet meer met sigaretten in de hand op bewonersavonden zitten. Maar het was toen ook crisis, en er werden hoogwaterbroeken gedragen onder ruimzittende truien. Men vond dat de architect moest gaan doen wat de mensen willen, na al die akelige moderniteiten uit de jaren zestig, waarvan de Bijlmer op dat moment een duidelijk mislukte utopie was. Dat nooit meer.

Prijsvraag
Er komt een charmante jonge architect aan het woord die wat hakkelend en in zacht Limburgs een zinnig verhaal doet. Hij is echt schattig. Hij verklaart de verguisde jarenzestigarchitectuur als een banale uitwas van de gewaardeerde moderne architectuur uit de jaren dertig. Hij voorspelt vervolgens dat het goed mogelijk is dat ook zijn generatie gebouwen zal ontwerpen waarvan men zich over tientallen jaren zal afvragen hoe ze in godsnaam ooit bedacht konden worden. Het is werkelijk een sympathieke jongen, inspirerend en met een voorspellende gave, want het zal hemzelf overkomen met het project waar hij op dat moment mee bezig is.

De architect heet Jo Coenen (bekend van onder andere de nieuwe bibliotheek in Amsterdam), en hij buigt zich op dat moment over een ontwerp voor het nieuwe gemeentehuis van Delft, waarvoor een prijsvraag is uitgeschreven. Net als tegenwoordig werden grote opdrachten indertijd vergeven door wedstrijden, waarbij meerdere bureaus een volledig gebouw ontwierpen en één uiteindelijk de opdracht in de wacht zou slepen. Alleen geeft de overheid tegenwoordig enkel nog gevestigde bureaus de kans om aan dit soort competities mee te doen. Dat zijn ondertussen dus dezelfde architecten als uit de documentaire, maar dan ouder.

‘Het Zwembad’
Coenen is overtuigd in de kwaliteiten van zijn ontwerpvoorstel, en dat blijkt terecht, want hij wint, en de jury motiveert haar keuze voornamelijk met architectonische overwegingen. Ze vond zijn ontwerp mooi. En daarover verbaast men zich in Delft tegenwoordig. Dat is wonderlijk, want het gebouw waar men destijds zo enthousiast over was, wordt tegenwoordig denigrerend ‘het Zwembad’ genoemd, vanwege de tegeltjes op de gevel. De mooie woorden van Coenen ten spijt, is het een niet-uitnodigend, onoverzichtelijk en onaantrekkelijk gebouw. Helaas komen we er in de documentaire niet achter wat men er toen wel mooi aan vond.

Nu goed, afgezien van de functionaliteit van het interieur, valt er nog wat aan de buitenkant te doen? Hmm, de verhoudingen en vormen zijn niet goed, het is erg lastig er nog iets moois van te maken. Een aantrekkelijke entree is een verbetering voor de voorbijganger op de stoep. Een ander kleurtje geeft het gebouw wat meer ballen, dat is ook niet verkeerd. De tegelverf te voorschijn halen en de koepel volleggen met zonnepanelen?

delft_sjop
Mogelijke oplossing: maak er een echt zwembad van            Via Marjolein van Eig

Momenteel wordt een paar honderd meter verderop in Delft alweer aan een nieuw gemeentehuis gebouwd. Groter en mooier, vindt men natuurlijk. En dit gemeentehuis is, jawel, ontworpen door een andere inmiddels gevestigde architect uit dezelfde documentaire, Francien Houben van bureau Mecanoo. Ben benieuwd wat we hier over een aantal jaren van vinden.

Wat is er aan te doen?
Genoeg gedraald! Deze keer gaan we er radicaal tegenaani. Dat gedoe met die dakjes, plaatmateriaal en raampjes… Ik stel voor om er een echt zwembad van te maken. Dichte gevel van golvend baksteen en een aantrekkelijke entree. Niks meer aan doen, staat als een huis.