Schijthekel aan groepjes? Geen talent voor ‘teambuilding’? Word schrijver!

Mijn hele leven heb ik al een schijthekel aan groepjes. De eerste twee jaar van mijn schoolcarrière zat ik dan ook zwijgend in de kleuterklas van juffrouw Kool. Geen woord verliet mijn mond, geen harkpoppetje mijn hand en Jan Klaassen mocht wat mij betreft in een godsdienstwaanzinnig dorp acuut de mazelen krijgen.

Af en toe knikte ik vriendelijk om mij heen, maar daar bleef het bij. Barones von Tuttelenstein, zo noemde men mij. Van sociale onhandigheid was geen sprake, ik kon me prima redden tussen de oranje jarenzeventigschoolmuren, ik zag alleen het nut niet in van school. In mijn ogen was het een sektarisch instituut voor randdebielen. Het was slechts een kwestie van tijd tot iemand mij zou komen redden.

Na zes jaar lijdzaam weeïge schoolmelk te hebben weggeslobberd, begreep ik: er komt geen ‘Iemand’.

Schrijver worden
Uiteindelijk besloot ik dan maar zelf ‘Iemand’ te worden en ging schrijven. Ik kan dit iedereen zonder overdreven sociale vaardigheden aanraden. Je hoeft er niet veel voor te kunnen, je werkt alleen en verdient nagenoeg niets zodat er geen geld voor een druk sociaal leven overblijft. Je moet af en toe het land in om voor te lezen, maar het (dichters)publiek is schaars en vaak gezegend sociofoob, en de drank is gratis. Je moet een roman of dichtbundel uitgeven bij een erkende uitgeverij, maar als je jong en hipsterknap bent, moet dit tegenwoordig geen probleem meer zijn.

Het ergste wat je als auteur kan overkomen is een writer’s block, maar dat overkomt eigenlijk alleen fantasieloze en aanstellerige schrijvers die een beetje om aandacht verlegen zitten. Meestal liggen de onderwerpen gewoon voor het oprapen, hoor.

Konijnenmanagement
Laatst bijvoorbeeld. Ik liep door een dure buurt waar de huizen ver van elkaar verwijderd staan. Eigenlijk zou iedereen die niet van groepjes houdt rijk moeten zijn, dacht ik. Ik moest snel eens over kinky seks gaan schrijven, dat zou vast genoeg geld opleveren voor een dorp, helemaal voor mij alleen.

Toen hoorde ik achter een heg een geluid dat zich het best laat omschrijven als ‘steunend gehop’. Een dier in doodsnood? Een edelvrouwe die genomen werd door de tuinman? Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, ging op mijn tenen staan en tuurde uit over het beukengroen. Ik zag een stel gehurkte mannen en vrouwen in konijnenpakken met bordjes op hun hoofd waar woorden op stonden geschreven als: ‘vertrouwen’ en ‘loslaten’. Mijn ontbijt kreeg spontaan heimwee. De konijnen hupten door de tuin, onsamenhangende geluiden uitkermend. Eentje droeg een bord om zijn nek waar ‘schaap’ op stond. Een strenge brilmevrouw met hoog gesloten blouse kriebelde zinnen in een schriftje terwijl ze dingen riep als: ‘teambuilding’, ‘management’. Toen ze mij zagen, waren ze ineens stil. Ik knikte vriendelijk, zes konijnen grimasten betrapt terug en ziedaar, ik had weer een stukje.

Normaal
‘s Avonds onder het eten zei mijn dochter: “Mam, iedereen denkt altijd dat wij een heel raar leven leiden, maar als je ons vergelijkt met de rest van de wereld zijn wij hartstikke normaal, hoor.” Ik dacht aan de konijnen en knikte. Zij had gelijk.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kanten van de dagelijkse dingen.