Interview: vrolijke Frans Bauer filosofeert met sombermans Hans Dorrestijn

De een is tweemaal uitgeroepen tot meest positieve Nederlander. De ander is een raspessimist, bekend om zijn zwartgallige teksten. Zanger Frans Bauer en cabaretier Hans Dorrestijn in het nieuwe nummer van HP/De Tijd in een onverwacht filosofisch dubbelgesprek over geluk en optimisme.

Hans, waaraan merk je dat je een pessimist bent?
“Nou, heb je even tijd? Ik zie alles somber in. Als ik naar een voorstelling ga, denk ik: O God, het is daar, daar was het zeven jaar geleden ook al zo’n ramp. En als ik in de coulissen sta en ik hoor een soort gemompel alsof er een crematorium bezig is, dan ga ik het liefst naar huis. Ik heb door die somberheid ook enorme bijgeloven ontwikkeld. Als ik zo stom ben om in een auto te zeggen: ‘Goh, gaat lekker hè, vandaag, helemaal geen files,’ dan sta ik in de bocht, onmiddellijk, anderhalf uur in de rij. Ik ben als de dood om iets optimistisch te denken of te zeggen. Ik durf ook nooit te zeggen dat het goed gaat.”

Jij ben een echte rasoptimist, Frans. Of is dat een pose?
“Nee, zeker niet. Ik denk dat ik gewoon het pessimisten-gen mis. Ik ben echt nooit chagrijnig. Ik zie ook in bijna niets een probleem. Zelfs als er een probleem is, probeer ik altijd gelijk de positieve kant van het fenomeen te zien.”
Hans: “O, daar ben ik zo jaloers op!”
Frans: “Ik heb met die instelling ook al een paar keer heel veel baat gehad in mijn leven.”

Noem eens iets.
“Nou, ik ben iemand die op heel jonge leeftijd al geconfronteerd is met een aantal tragische dingen, waaronder mijn band die verongelukte, mijn oom en tante die zelfmoord pleegden, allerlei ziektes in de familie en omgeving. Als je dan niet probeert het zonlicht te zien, en je gaat in zo’n cyclus zitten dat alles negatief en donker is, dan zie je aan het eind van de tunnel ook het licht niet meer natuurlijk. Ik stap gewoon heel snel over die dingen heen.”
Hans: “Ik juist helemaal niet! Ik heb er bijvoorbeeld al waanzinnig veel last van als mensen mij niet groeten. Of als ze me chagrijnig groeten.”
Frans: “Ik denk dan dat die persoon waarschijnlijk veel stress heeft.”

(–)

Hans: “Bij mij wordt alles vanuit angst gedreven. Ik kan echt verlamd op de bank zitten.”
Frans: “Het enige voordeel van pessimist zijn lijkt mij dat je minder geraakt kunt worden. Omdat je meer voorbereid bent op negatieve situaties. Ik ga altijd uit van het positieve van de mens en als je dan teleurgesteld wordt, kan dat hard aankomen.”
Hans: “Misschien heb je gelijkt… Zo’n neurotische pessimist als ik is veel meer met zichzelf bezig. Misschien is het zo dat ik dan te veel medelijden met mezelf heb, te veel van mezelf uitga. Terwijl jij bij die ander betrokken blijft. Ik ben gewoon slechter.”
Frans: “Of je houdt meer van jezelf dan een positieveling?”
Hans: “Hahaha! Dat is een hele goeie, Frans! Zeg het nog eens?”
Frans: “Een pessimist houdt misschien meer van zichzelf dan een positieveling.”
Hans: “Dat is goed! En vandaar dat-ie zich zo veel zorgen maakt want er verdwijnt iets heel belangrijks als het slecht met hem gaat. Dit is echt een schitterende opmerking Misschien is dit ook wel de essentie van de psychiatrie. Goh!”
Frans: “We zijn onze roeping misgelopen. Hahaha!”

 

Lees het hele dubbelinterview van Nathalie Huigsloot met Frans Bauer en Hans Dorrestijn in ons dubbeldikke winternummer, dat vanaf 11 december in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een abonnement af.