Stand.nl over de verkiezing ‘Sportman van het Jaar’

“DIT IS RADIO1, NCRV. STAND.NL. GHISLAINE PLAG!

Vanavond worden op het NOC*NSF-sportgala de prijzen uitgereikt aan de Sportman, Sportvrouw, Sportploeg en Gehandicapte Sporter van het Jaar. Bij de mannen zijn genomineerd: Epke Zonderland, Sven Kramer en Arjen Robben. Alle drie hebben ze fenomenale prestaties geleverd, alle drie hebben ze het land in vervoering gebracht, maar slechts twee van hen deden dit geheel op eigen kracht. Tegelijk leverde Robben in 2013 misschien wel de bijzonderste prestatie, door zijn club Bayern München naar de zege in de Champions League te schieten.
We gaan het hebben over deze verkiezing, en over de vraag of dit soort verkiezingen überhaupt wel zin hebben. En dat ga ik doen met Harmke Konijn, sporthistorica aan de University of Massachusetts. Mevrouw Konijn, welkom. We beginnen altijd met drie keuzes, die u mag beantwoorden.
De eerste stelling: Epke Zonderland verdient het om Sportman van het Jaar te worden.”

“Ja.”

“Oké. Dan: Sven Kramer verdient het om Sportman van het Jaar te worden.”

“Ja.”

“En dan de laatste: Arjen Robben verdient het om Sportman van het Jaar te worden.”

“Oe, da’s een lastige…. Ik ga ‘ja’ zeggen.”

“Dankuwel. U kunt ‘eens’ of ‘wat een onzinvraag’ sms’en naar 7070 (dat kost vijftig cent), u kunt thuis meepraten, via de website Stand.nl, via Twitter – gebruik hashtag #standpunt of telefonisch: 0800-1101.
En de stelling vandaag is: Arjen Robben moet Sportman van het Jaar worden. Mevrouw Konijn, bent u het daarmee eens of oneens?”

“Nou ja, dat is heel erg moeilijk.”

“Waarom?”

“Omdat je aan de ene kant zoiets hebt van ‘Ja, die jongen verdient dat’ en aan de andere kant dat je denkt van ‘Hé, die anderen zijn ook niet mis‘.”

“Heeft de NOC*NSF de zaak bewust op scherp gezet door een teamsporter te nomineren, denkt u?”

“Dat zou ik niet weten.”

“Op wie zou u zelf stemmen, als u zou mogen stemmen?”

“Nou ja, ik mag dus niet stemmen.”

“Maar als het zou mogen?”

“Dan zou ik een topsporter zijn.”

“Dat klopt.”

“En dan zou ik vermoedelijk heel anders tegen allerlei zaken aankijken. Je kunt je afvragen of ik dan nog in een programma als Stand.nl zou zitten.”

“Wat denkt u?”

“Ik denk niet dat ik dan nog vaak hypothetische vragen zou beantwoorden.”

“Juist. Op het forum schrijft Bart de Geest uit Haarlem dat hij vindt dat Robben Sportman van het Jaar moet worden, omdat hij presteert in een sport die de hele wereld belangrijk acht. Speelt de mondiale erkenning mee in zo’n verkiezing?”

“Het verleden leert dat erkenning altijd meespeelt bij verkiezingen. Als je niet erkend wordt, sta je – om in sporttermen te spreken – al met 1-0 achter.”

“En Caroline Groothuisveld uit Wieringerwerf schrijft: ‘Waarom toch altijd die domme sport op de radio? Alsof er geen belangrijker onderwerpen zijn.’”

“Terechte vraag, denk ik.”

“Juist. Laten we naar de luisteraars gaan. Stand.nl, zegt u het maar.”

“Hallo!”

“Zegt u het maar.”

“Ik hoor niks.”

“U bent in de uitzending, hoor.”

“Annie, ik hoor niks.”

“Nou, dat ging even mis. Helaas. Stand.nl, goeiemiddag.”

“Ja, hallo! U spreek met De Haas uit Delf.”

“Zegt u het maar, meneer De Haas. Voor of tegen de stelling.”

“Ik ben voor de stelling, want die Robben, die gaat ons volgend jaar mooi wel wereldkampioen maken!”

“U bent erg slecht te verstaan, kunt u de radio iets zachter zetten?”

“En ik vind ook dat die Kramer en die Zonderland, die kunnen ook wel wat, maar die Robben, die gaat ons dus volgend jaar mooi wel wereldkampioen maken.”

“O, dank u wel. Stand.nl, goeiemiddag.”

“Met mevrouw Kamphuis.”

“Dag mevrouw Kamphuis. Bent u voor of tegen de stelling?”

“Ik weet niet precies waar het over gaat, maar ik vind sport iets geweldigs en ze mogen wat mij betreft allemaal winnen. Daaaag.”

“Stand.nl, goeiemiddag.”

“Hallo?”

“Ja, zegt u het maar.”

“Ja, u spreekt met Berend Zonderland, geen familie-van. Ik ben tegen de stelling. Die Robben is toch een vreselijk ventje? Die kan dan toch niet zo’n verkiezing winnen?”

“Gaat het in de sport niet om prestaties?”

“Ach man! Het gaat toch om de Nederlandse Sportman van het Jaar? Nou? Ja toch? Die Robben is toch gewoon een Duitser, mevrouw.”

“Dat is ook een standpunt. Dank u wel. Stand.nl, goeiemiddag.”

“U spreekt met Said.”

“Goedemiddag, wat vindt u van de stelling ‘Arjen Robben moet Sportman van het Jaar worden’?”

“Ik ben student Internationale Betrekkingen aan de Erasmus Universiteit en ik vroeg mij af waarom de moslims in deze verkiezing stelselmatig worden genegeerd. Dat zou ik graag aan die mevrouw willen vragen.”

“Dat kan helaas niet, maar heeft u misschien een suggestie?”

“Waarom altijd maar Robben? Waarom nooit eens Afellay?”

“Ik weet het niet, misschien dat mevrouw Konijn daar zo vanuit sporthistorisch perspectief iets over kan zeggen, dank u wel. Stand.nl, goedemiddag.”

“Vladimir.”

“Zegt u het maar.”

“Ik ben tegen stelling.”

“Oké, dank u wel. Stand.nl, goedemiddag.”

“Ja, met Bolwijn! Zeg, Kielenne, dat is toch ongelooflijk, dat we het hier nu met elkaar hebben over de Sportman van het Jaar, terwijl de wereld in brand staat. Overal oorlog, hongersnood, broeikaseffect, afluisteren, weet ik ’t allemaal en dan gaan wij het over zo’n gala met opgepompte pinguïns lopen hebben? Ik vind dat heel raar, mag ik dat zeggen, Kielenne? Laten we eerst eens zorgen dat we in Nederland onze zaakjes weer een beetje op orde hebben, want er zijn anno 2013 nog altijd mensen in verzorgingstehuizen die in een 24-uursluier moeten zitten omdat er niet genoeg handen aan dat bed zijn, en als er bij je wordt ingebroken, dan hoef je al geeneens meer aangifte te doen omdat de politie het te druk heeft en ondertussen probeert de PvdA, die ouwe PvdA die er ooit was voor de gewone man, uitkeringen afhankelijk te maken van maatschappelijke tegenprestaties. Terwijl de meeste mensen die ik ken met een uitkering, helemaal niet in staat zijn tot welke tegenprestatie dan ook! En zo wordt dit land almaar verder uitgekleed en wordt het alleen maar harder en onvriendelijker op straat – ik zie dat bij mijn in de wijk al: mensen spreken mekaars taal niet meer. En dan zeg ik: laten we daar eens mee beginnen. Overigens ben ik van mening dat Epke moet winnen, dat is tenminste een jongen die laat zien dat het allemaal nog goed ken komen.”

“Dank u wel. We gaan naar de laatste beller. Goedemiddag, Stand.nl.”

“Hallo!”

“Zegt u het maar.”

“Met Bennie! Ik vind Guus Hiddink de beste optie voor Oranje, doei!”