New York Times vindt bejubelde Rijksmuseum-docu maar langdradig

Vandaag beleeft de vier uur durende documentaire The New Rijksmuseum van Oeke Hoogendijk haar bioscooppremière in New York. In Nederland werd de serie overladen met lof, culminerend in een Nipkowschijf voor beste televisieprogramma van 2013. Wat vinden de Amerikanen van de docu?

Eerst maar eens de DWDD-behandeling van de vierdelige documentaire die in april zo werd bejubeld in de Nederlandse kranten. Matthijs van Nieuwkerk vindt de docu ‘hartstochtelijk spannend’, en ook Paul de Leeuw (‘fan-tas-tisch’ en ‘briljante documentaire’) is dolenthousiast.

Fast forward naar 18 december, de dag dat The New Rijksmuseum in première gaat in het Film Forum in New York, dat een cut van bijna vier uur met slecht één pauze laat zien. Krijgt zo’n buitenlandse documentaire veel toeloop? Alleen als de publiciteit goed is. Van belang hiervoor, misschien wel het állerbelangrijkst, is wat The New York Times van een film vindt.

En dat valt niet mee. De docu ‘stelt het geduld op de proef‘ en bezwijkt bijna onder de frustratie en traagheid van de personen die worden gevolgd, schrijft New York Times-recensent A.O. Scott. Hij verwacht niet dat veel kijkers het einde van de docu zullen halen: “Je nieuwsgierigheid naar de machinaties van de Nederlandse culturele politiek kan verzadigd zijn terwijl er nog vele vergaderingen op het programma staan.”

Scott eindigt met een positieve noot: de bioscoopbezoekers die de vier uur wél uitzitten, zouden weleens verleid kunnen worden een vlucht naar Amsterdam te boeken om De Nachtwacht in het echt te bekijken.